Ouders van nu voeden hun kinderen anders op dan wij het deden.
Onze kleinkinderen zijn anders groot gebracht dan onze kinderen.
Boeiend om naar te kijken.
Mijn moeder zei vaak als er weer een stel trouwde in haar omgeving:
"zo daar gaat weer een beter doener".
Ik zag dan een milde, licht ironische glimlach om haar mond.
Ik begreep dat zij dan dacht dan aan het opvoeden van kinderen.
Ik heb nog vaak aan die opmerking gedacht.
Ook toen ik zelf kinderen had en probeerde ze wat dingen mee te geven.
Als die dan anders waren dan mijn moeder mij leerde kon die zin boven water komen.
Ik zag hoe de geschiedenis zich ook bij mij herhaalde en dat mijn moeder
wist hoe de vork in de steel zat.
Dat iedere generatie het beter wil doen is een mooi streven.
En dat blijft een mooi streven, maar alle inzet ten spijt loopt het meestal uit op een een vergissing.
Want, op de keper beschouwd loopt iedere ouder, trouwens zij niet alleen,
maar ieder die het beter wil doen, tegen hetzelfde aan.
Want wat blijkt? Het is meestal niet beter, wellicht anders.
Ook de kinderen van nu zullen later trachten het beter te doen omdat zij verwachten dat het beter kan.
Ook zij zullen zoeken naar het beste voor hun kinderen.
Ik vraag mij af waar het door komt en waar het vandaan komt, dat verlangen in ons naar het betere, het beste.
Is het heimwee, het verlangen in ons naar het betere, een verlangen naar het verloren paradijs?
Ik heb lang gepiekerd over wat ik allemaal anders had moeten doen. Beter!
Het woog heel zwaar voor mij want ik moest het goed hebben gedaan.
Ik maakte mezelf daardoor heel belangrijk, het hing allemaal van mij af en
dat maakte het zwaarder dan nodig is.
Sinds ik het accepteer, en weet en begrijp dat ik het gedaan heb zoals ik het op dat moment kon, met de mogelijkheden en de inzichten die ik toen had, verdween die kramp.
En dat luchtte enorm op!
Ik sta daardoor speelser en meer ontspannen in het leven.
De kramp dat ik alles perfect moet en dat het van mij afhangt is voorbij.
Daarmee is niet het verlangen naar het verloren paradijs verdwenen.
Dat verlangen blijft en koester ik.
maandag 21 oktober 2013
zaterdag 19 oktober 2013
Leven in het nu
Het lijkt zo vanzelfsprekend, natuurlijk leef ik nu.
Maar doe ik dat wel echt?
Ik heb nogal eens terug kijkjes naar vroeger.
Eckhart Tollen heeft een boek geschreven: De kracht van het nu
Maar ik ervaar steeds meer dat mijn leven mede gekleurd wordt door
mijn herinneringen en vroegere ervaringen.
En die, samen met het nu, geven mijn leven de totale kleur.
Soms heb ik zomaar heimwee naar de kleine dingen van vroeger.
Naar de snorrende zwarte kolenkachel met deurtjes. In die deurtjes zaten raampjes waarachter rood mica zat.
Ik zat op de grond voor de kachel en keek naar de vlammetjes achter de deurtjes. Door het rode mica werden ze fel rood gekleurd.
Een dansend vlammenspel waar ik nooit genoeg van kreeg.
Nu heb ik centrale verwarming en ik pas de thermostaat aan naar de koude.
Nu is mijn kamer egaal verwarmd. Ik heb geen koude rug en hete voeten.
Soms boots ik, nostalgisch als ik ben, het vroegere gevoel na en ga bij de radiator zitten alsof het een kolenkachel is.
Maar het lijkt er in de verste verte niet op.
Vroeger stapte ik op mijn brommertje en tufte door de winterkou naar mijn werk.
Als ik dan ijskoud op school aankwam en het schoolgebouw soms ook nog slecht verwarmd was, stond ik bibberend voor de klas.
Trouwens met die brommer was ik nogal onfortuinlijk.
Ik ben heel wat keren onderuit gegaan en lag dan met brommer en al op het wegdek. En ook grotere ongelukken heb ik gemaakt.
Een tweewielig, gemotoriseerd voertuig, bleek een brug te ver voor mij te zijn!
Wat een weelde dat mijn autootje nu 4 wielen heeft.
Ik denk nog verder terug. Hoe vroeger koningen en keizers reisden in een rijtuig. Hoe hun voeten werden warm gehouden met kolenstoofjes.
Leven in het nu. Heerlijk toch om te zwerven over internet?
Mijn telefoongesprekken zijn geminiseerd. In plaats daarvan vliegen de mails nu heen en weer.
Of ik dit fijn vind? Vaak wel want nu ik heb de touwtjes min of meer zelf in handen.
Maar soms ook mis ik de gezelligheid van even een praatje door de telefoon.
Ik heb er wel meer beschikbare tijd door gekregen en op school leerde ik dat tijd geld is.
Het geld tot nu nog nergens gevonden, maar wie weet!
Rijst meteen de vraag: verlang ik echt naar vroeger?
Vroeger is voorbij. Het verleden is een herinnering geworden.
Ik merk dat het op een oudejaarsavond overdenking gaat lijken.
Zo ver is het gelukkig nog niet. De tijd gaat toch al snel genoeg!
Daarom probeer ik wat rustiger te leven door mijn afspraken wat
meer te spreiden.
Op die manier probeer ik de tijd wat vast te houden zodat ik mij meer bewust ben van de dingen die ik doe. En dat bevalt mij eigenlijk prima!
Maar desondanks is het nog steeds zo, dat een week als een zucht is, die ongewild snel verdwijnt in de tijd!
Het valt mij op dat, als ik mijn oor te luister leg dit bijna iedereen hoor zeggen.
Ik vraag mij af: hoe komt dit? Wie het weet mag het zeggen!
Maar doe ik dat wel echt?
Ik heb nogal eens terug kijkjes naar vroeger.
Eckhart Tollen heeft een boek geschreven: De kracht van het nu
Maar ik ervaar steeds meer dat mijn leven mede gekleurd wordt door
mijn herinneringen en vroegere ervaringen.
En die, samen met het nu, geven mijn leven de totale kleur.
Soms heb ik zomaar heimwee naar de kleine dingen van vroeger.
Naar de snorrende zwarte kolenkachel met deurtjes. In die deurtjes zaten raampjes waarachter rood mica zat.
Ik zat op de grond voor de kachel en keek naar de vlammetjes achter de deurtjes. Door het rode mica werden ze fel rood gekleurd.
Een dansend vlammenspel waar ik nooit genoeg van kreeg.
Nu heb ik centrale verwarming en ik pas de thermostaat aan naar de koude.
Nu is mijn kamer egaal verwarmd. Ik heb geen koude rug en hete voeten.
Soms boots ik, nostalgisch als ik ben, het vroegere gevoel na en ga bij de radiator zitten alsof het een kolenkachel is.
Maar het lijkt er in de verste verte niet op.
Vroeger stapte ik op mijn brommertje en tufte door de winterkou naar mijn werk.
Als ik dan ijskoud op school aankwam en het schoolgebouw soms ook nog slecht verwarmd was, stond ik bibberend voor de klas.
Trouwens met die brommer was ik nogal onfortuinlijk.
Ik ben heel wat keren onderuit gegaan en lag dan met brommer en al op het wegdek. En ook grotere ongelukken heb ik gemaakt.
Een tweewielig, gemotoriseerd voertuig, bleek een brug te ver voor mij te zijn!
Wat een weelde dat mijn autootje nu 4 wielen heeft.
Ik denk nog verder terug. Hoe vroeger koningen en keizers reisden in een rijtuig. Hoe hun voeten werden warm gehouden met kolenstoofjes.
Leven in het nu. Heerlijk toch om te zwerven over internet?
Mijn telefoongesprekken zijn geminiseerd. In plaats daarvan vliegen de mails nu heen en weer.
Of ik dit fijn vind? Vaak wel want nu ik heb de touwtjes min of meer zelf in handen.
Maar soms ook mis ik de gezelligheid van even een praatje door de telefoon.
Ik heb er wel meer beschikbare tijd door gekregen en op school leerde ik dat tijd geld is.
Het geld tot nu nog nergens gevonden, maar wie weet!
Rijst meteen de vraag: verlang ik echt naar vroeger?
Vroeger is voorbij. Het verleden is een herinnering geworden.
Ik merk dat het op een oudejaarsavond overdenking gaat lijken.
Zo ver is het gelukkig nog niet. De tijd gaat toch al snel genoeg!
Daarom probeer ik wat rustiger te leven door mijn afspraken wat
meer te spreiden.
Op die manier probeer ik de tijd wat vast te houden zodat ik mij meer bewust ben van de dingen die ik doe. En dat bevalt mij eigenlijk prima!
Maar desondanks is het nog steeds zo, dat een week als een zucht is, die ongewild snel verdwijnt in de tijd!
Het valt mij op dat, als ik mijn oor te luister leg dit bijna iedereen hoor zeggen.
Ik vraag mij af: hoe komt dit? Wie het weet mag het zeggen!
maandag 14 oktober 2013
Draai het wieltje nog eens rond
Wij hadden vroeger een thuisnaaister.
Onze thuisnaaister, mocht boven in de zolderkamer haar werk doen.
Zij was een ongetrouwde vrouw met treurige ogen, alsof ze ieder moment
wilde gaan huilen.
Haar naam was Trui. Die naam, gecombineerd met hoe zij keek, riep bij mij een naar gevoel op.
Ze zat daar maar op dat kamertje met een hele berg verstelwerk voor haar neus, want iets weggooien gebeurde pas als het niet meer gemaakt of
vermaakt kon worden.
Soms vermaakte zij een jurk, van een oudere zus, passend voor mij.
Ik werd dan geroepen dat ik boven moest komen om te passen.
Aan dat passen had ik een hekel. En waarom?
Het lag niet aan de naaister want die was best wel aardig.
Wilde ik misschien liever een nieuwe jurk? Zou zo maar kunnen.
Jufrouw Trui kwam zo’n beetje om de 4 weken, geloof ik.
Niemand verdiende veel, dus ook zij niet.
‘s Avonds ging zij naar huis met een habbekrats. Maar let wel, met gratis de kost, zoals dat heette. Dat wel.
Ja, dat waren nog eens tijden. Ieder wist haar/of zijn plaats. En alles was duidelijk!
Bovendien was het een hele eer om ergens gevraagd te worden als thuisnaaister.
Het slaapkamertje telde één raampje. Als je ging staan kon je de overkant
van de straat zien!
Hoe was het voor juffrouw Trui om de hele dag alleen in dat kamertje te zitten met een berg verstelwerk voor haar neus?
En, zou haar arm ‘s avonds niet doodmoe geweest zijn van het draaien aan het wiel van de naaimachine? Dat wiel draaide vliegensvlug rond, alsof zij achterna gezeten werd.
In ieder geval vond ik het eenzaam, alleen op dat kamertje.
Alsof zij daar werd opgesloten!
Gek al die gevoelens en herinneringen van vroeger.
Wat doet alles met je als je kind bent. Waarom maken sommige, ogenschijnlijke gewone dingen, zoveel indruk? En dat je besef meestal veel later pas.
Wat ik vooral ontdekte? Dat ik als kind eigenlijk maar weinig uitsprak.
Alles stond nu eenmaal al vast. Alles was zoals het was. Een gegeven!
Ik denk, ondanks dat er veel veranderd is en er met kinderen veel meer wordt gepraat dan vroeger, kinderen nog altijd meer voelen dan zij onder woorden kunnen brengen.
Later, zullen ook zij weer hun verhalen hebben over hun kinderjaren.
En zo blijft er altijd stof om te schrijven. Gelukkig maar.
Om een uur of 5 blies juffrouw Trui de aftocht. Even stil en teruggetrokken als zij gekomen was, ging zij naar huis.
De berg verstelwerk was van de tafel verdwenen.
En mijn jurk voor de zomer hing al klaar.
Het mooie weer kon bijna komen maar eerst de grote schoonmaak nog.
In het vroege voorjaar was er extra hulp nodig om de kelder leeg te scheppen.
Ik hoor in mijn oren nog altijd het schurende geluid over de cementen vloer.
In die kelder kwam iedere winter water te staan, en dat moest er uit,
vóór de zomer zijn intrede deed.
De kelder kon dan de hele zomer drogen.
Pas als de naaister was geweest, de schoonmaak erop zat, de kelder leeg gescheept was, dan mochten zon en zomer pas echt komen!
Hiep, hiep hoera!
Onze thuisnaaister, mocht boven in de zolderkamer haar werk doen.
Zij was een ongetrouwde vrouw met treurige ogen, alsof ze ieder moment
wilde gaan huilen.
Haar naam was Trui. Die naam, gecombineerd met hoe zij keek, riep bij mij een naar gevoel op.
Ze zat daar maar op dat kamertje met een hele berg verstelwerk voor haar neus, want iets weggooien gebeurde pas als het niet meer gemaakt of
vermaakt kon worden.
Soms vermaakte zij een jurk, van een oudere zus, passend voor mij.
Ik werd dan geroepen dat ik boven moest komen om te passen.
Aan dat passen had ik een hekel. En waarom?
Het lag niet aan de naaister want die was best wel aardig.
Wilde ik misschien liever een nieuwe jurk? Zou zo maar kunnen.
Jufrouw Trui kwam zo’n beetje om de 4 weken, geloof ik.
Niemand verdiende veel, dus ook zij niet.
‘s Avonds ging zij naar huis met een habbekrats. Maar let wel, met gratis de kost, zoals dat heette. Dat wel.
Ja, dat waren nog eens tijden. Ieder wist haar/of zijn plaats. En alles was duidelijk!
Bovendien was het een hele eer om ergens gevraagd te worden als thuisnaaister.
Het slaapkamertje telde één raampje. Als je ging staan kon je de overkant
van de straat zien!
Hoe was het voor juffrouw Trui om de hele dag alleen in dat kamertje te zitten met een berg verstelwerk voor haar neus?
En, zou haar arm ‘s avonds niet doodmoe geweest zijn van het draaien aan het wiel van de naaimachine? Dat wiel draaide vliegensvlug rond, alsof zij achterna gezeten werd.
In ieder geval vond ik het eenzaam, alleen op dat kamertje.
Alsof zij daar werd opgesloten!
Gek al die gevoelens en herinneringen van vroeger.
Wat doet alles met je als je kind bent. Waarom maken sommige, ogenschijnlijke gewone dingen, zoveel indruk? En dat je besef meestal veel later pas.
Wat ik vooral ontdekte? Dat ik als kind eigenlijk maar weinig uitsprak.
Alles stond nu eenmaal al vast. Alles was zoals het was. Een gegeven!
Ik denk, ondanks dat er veel veranderd is en er met kinderen veel meer wordt gepraat dan vroeger, kinderen nog altijd meer voelen dan zij onder woorden kunnen brengen.
Later, zullen ook zij weer hun verhalen hebben over hun kinderjaren.
En zo blijft er altijd stof om te schrijven. Gelukkig maar.
Om een uur of 5 blies juffrouw Trui de aftocht. Even stil en teruggetrokken als zij gekomen was, ging zij naar huis.
De berg verstelwerk was van de tafel verdwenen.
En mijn jurk voor de zomer hing al klaar.
Het mooie weer kon bijna komen maar eerst de grote schoonmaak nog.
In het vroege voorjaar was er extra hulp nodig om de kelder leeg te scheppen.
Ik hoor in mijn oren nog altijd het schurende geluid over de cementen vloer.
In die kelder kwam iedere winter water te staan, en dat moest er uit,
vóór de zomer zijn intrede deed.
De kelder kon dan de hele zomer drogen.
Pas als de naaister was geweest, de schoonmaak erop zat, de kelder leeg gescheept was, dan mochten zon en zomer pas echt komen!
Hiep, hiep hoera!
donderdag 10 oktober 2013
Het dorpsplein vertelt
Proloog
Zou het toeval zijn dat men mij juist gisteren op mijn driehonderd en vijftigste verjaardag vroeg iets over vroeger te vertellen?
Dit jaar staan pleinen, te weten dorpspleinen in de belangstelling.
Van college dorpspleinen hoorde ik dat deze vraag hen ook al werd gesteld.
Iedere tijd heeft zijn eigenaardigheden, en wij dorpspleinen voelen ons gevleid
door al deze aandacht. Bovendien hebben wij in ons lange leven veel gezien en meegemaakt.
De eerste jaren vanaf 1640 waren wonderlijke jaren, waarin ik veel leerde.
De eikenboom
Zie je daar in het midden van mij die grote eik staan?
Vóór deze stond daar een andere eik, een machtig grote.
Toen ik nog maar enkele maanden oud was werd op diezelfde plaats een
onooglijk eikenboompje geplant.
Ik voelde mij beledigd dat er zo”n stokkerig armetierig boompje op mij
geplant werd.
In het begin hield ik dan ook mijn mond dicht als het ding tot mij sprak.
Ik hield dit een jaar vol. Winter, voorjaar, zomer, verstreken.
Toen in de herfst het boompje zo kaal als een luis werd lachte ik in mijn vuistje.
Meedogenloos nam de wind het laatste blaadje mee.
Het irriteerde mij dat het boompje even parmantig als altijd bleef staan.
En deed alsof alles heel gewoon was.
Toen in het vroege voorjaar, voer er een trilling door het boompje.
Het ritselde en ik hoorde zachte stemmen.
Ik luisterde, ik keek en zag dat uit de dunne takjes kleine puntjes kwamen
groeien die groter werden.
Langzaam rolden ze zich open. Teer groene blaadjes, de randjes nog gekruld.
Ze deinden met de takken mee op de wind.
Ik vergat alles hield mijn adem in en fluisterde:“boompje wat ben je mooi”
Hij lachte blij, boog sierlijk zijn kruintje en zei:“dank u”.
Vanaf die tijd tutoyeerden we elkaar en sloten vriendschap voor het leven.
Wat hadden we het gezellig.
Lange gesprekken voerden we met elkaar over alles wat we hoorden,
zagen en dachten.
Veel later gebeurde het erge. Het was in het jaar 1790.
We waren beiden 150 jaar.
Het eikenboompje was een geweldige eik geworden.Een prachtige boom.
Een parasol voor mij tegen de felle zon in de hete zomers.
De herfststormen loeiden weer over het land en deed de bomen schudden.
Boven mij hoorde ik mijn vriend steunen en kraken.
Toen hoorde ik hem mompelen: ”het is gedaan met mij. Ik raak uitgeput.
Mijn wortels geven mij geen levenskracht meer, ze zijn te moe”.
“Alstublieft” smeekte ik:“blijf staan! Blijf dicht bij mij het wordt zo eenzaam
zonder jou”
Mijn vriend keek mij aan en zei:“na mij zullen weer nieuwe bomen groeien.
Je kent nu toch het wonder?”
maandag 7 oktober 2013
Een tastbare herinnering
Ik was een meisje van een jaar of 8 toen ik van mijn oudste broer, die toen 23 was, het sprookjesboek van Grimm kreeg.
Het was de 4e druk van de volledige uitgave van Grimm met prachtige illustraties van
Anton Pieck.
Ik vond het allereerst al geweldig dat ik zo’n prachtig dik boek kreeg.
En al was ik nog erg jong voor de moeilijke taal, ik voelde al wel dat er veel meer werd verteld dan ik begreep.
Mijn moeder vond het helemaal niks. Zij had een hekel aan sprookjes en vond het allemaal klinkklare onzin Sprookjes vertelden leugens en al dat fantaseren was nergens goed voor.
Ik moest mijn tijd er niet aan verdoen door ze te lezen.
Het was een netelige kwestie voor mij want ik wilde ze graag lezen, en voelde mij ook weer niet happy als ik ze soms stiekem las.
Later begreep ik dat in sprookjes oude volksverhalen schuilgaan die mondeling werden doorverteld. Zij behoren tot een bepaalde cultuur.
In die Volksverhalen zijn verborgen wijsheden te ontdekken.
Ze staan vol tegenstellingen. Het goede wordt beloond, het kwade gestraft. Dom staat tegenover slim.
In sprookjes is veel, bijna alles mogelijk, tijd en ruimte kunnen vervagen.
Boeken hebben altijd veel voor mij betekend en daarom ook ben ik zuinig op alle boeken.
Het sprookjesboek was echter toch van een andere orde.
En toen mijn broer 2 jaren later verongelukte, was ik erg geschokt en werd het boek een kostbare, dierbare herinnering aan hem.
Inmiddels heeft de tijd het doen vergelen, maar het is nog wel geheel compleet.
Het is gedrukt in de jaren vijftig van de vorige eeuw.
Op cursussen kreeg ik opdrachten om sprookjes te schrijven.
In mijn achterhoofd speelden de herinneringen aan mijn broer en het gekregen sprookjesboek,
bewust of onbewust mee.
In mijn volgende blog wil ik een vroeger geschreven sprookjesachtig verhaal gaan weergeven.
Maar niet voordat ik heb verteld over mijn “Mijn sprookjesboek”.
In dat verhaal vertelt een dorpsplein over zichzelf, wat het meemaakt in de loop van een lang bestaan.
Het was de 4e druk van de volledige uitgave van Grimm met prachtige illustraties van
Anton Pieck.
Ik vond het allereerst al geweldig dat ik zo’n prachtig dik boek kreeg.
En al was ik nog erg jong voor de moeilijke taal, ik voelde al wel dat er veel meer werd verteld dan ik begreep.
Mijn moeder vond het helemaal niks. Zij had een hekel aan sprookjes en vond het allemaal klinkklare onzin Sprookjes vertelden leugens en al dat fantaseren was nergens goed voor.
Ik moest mijn tijd er niet aan verdoen door ze te lezen.
Het was een netelige kwestie voor mij want ik wilde ze graag lezen, en voelde mij ook weer niet happy als ik ze soms stiekem las.
Later begreep ik dat in sprookjes oude volksverhalen schuilgaan die mondeling werden doorverteld. Zij behoren tot een bepaalde cultuur.
In die Volksverhalen zijn verborgen wijsheden te ontdekken.
Ze staan vol tegenstellingen. Het goede wordt beloond, het kwade gestraft. Dom staat tegenover slim.
In sprookjes is veel, bijna alles mogelijk, tijd en ruimte kunnen vervagen.
Boeken hebben altijd veel voor mij betekend en daarom ook ben ik zuinig op alle boeken.
Het sprookjesboek was echter toch van een andere orde.
En toen mijn broer 2 jaren later verongelukte, was ik erg geschokt en werd het boek een kostbare, dierbare herinnering aan hem.
Inmiddels heeft de tijd het doen vergelen, maar het is nog wel geheel compleet.
Het is gedrukt in de jaren vijftig van de vorige eeuw.
Op cursussen kreeg ik opdrachten om sprookjes te schrijven.
In mijn achterhoofd speelden de herinneringen aan mijn broer en het gekregen sprookjesboek,
bewust of onbewust mee.
In mijn volgende blog wil ik een vroeger geschreven sprookjesachtig verhaal gaan weergeven.
Maar niet voordat ik heb verteld over mijn “Mijn sprookjesboek”.
In dat verhaal vertelt een dorpsplein over zichzelf, wat het meemaakt in de loop van een lang bestaan.
vrijdag 4 oktober 2013
Goede vraag
Een paar jaar geleden heb ik, samen met andere mensen, een schrijfgroepje in het leven geroepen.
We zijn nu met 9 dames die schrijven voor hun plezier!
Er was in het begin één man bij, maar die is er mee opgehouden zodat we nu nog met alleen dames zijn.
We komen één keer in de veertien dagen, met veel plezier, bijeen.
Gewapend met pen en papier gaan we blijmoedig het schrijfpad op.
We schrijven naar aanleiding van een opdracht. Dat kan van alles zijn.
We oefenen met allerlei dichtvormen. Korte verhalen, smartlappen ook wel levensliederen genoemd. Maar ook sprookjes, krantenartikelen etc.
Alles wat ik eerder leerde op mijn schrijfcursussen komt nu weer van pas.
En, zo worden wij langzamerhand allround schrijvers!
Het leuke is dat iedereen er achter komt dat er altijd wel iets te vertellen valt.
Het kan zo gek niet gaan of er komt bij allemaal toch altijd weer iets tevoorschijn over een bepaald onderwerp.
Leuke dingen, nare dingen, alles dient zich aan en is welkom!
Omdat we elkaar niet de maat nemen met kritiek. Elkaar niet beoordelen, voelen we ons vrij.
Alles mag er zijn en naar voren komen.
En daardoor ontstaat er een prachtig creatief proces.
We hebben 2 schrijfronden. Na iedere ronde lezen we ons werk voor.
Een poosje geleden vroeg één van de dames mij: “ wat is er nu zo leuk aan een blog?”
Mijn antwoord: “ik kan mijn ei kwijt. En ik schrijf gewoon graag”
Hij bleef echter door mijn hoofd zoemen, die vraag. Bracht mij aan het denken.
Een blog vraagt veel meer tijd dan ik verwachtte.
Er moet iedere keer weer stof zijn en inspiratie om te schrijven.
Bij nader inzien rijst ook de vraag “krijg ik voet aan de grond in bloggerland?
Er is zo ontzettend veel aanbod. Het lijkt wel, misschien is het ook wel zo,
dat er meer schrijvers dan lezers zijn.
Is er wel een plekje voor mij in dat grote leger van schrijvende medeburgers?
Zal mijn lezersaantal zich nog wat gaan uitbreiden?
Ik heb geduld en neem er de tijd voor, want dat kost tijd. Hopelijk is er tijd genoeg!
Ik wil het overlaten aan de stroom van het leven. Althans dat ga ik proberen.
Ik ga ook mijn ego maar eens toespreken dat zij zich terug trekt en mij met rust laat!
Dat ego moet inmiddels zijn/haar plaat maar eens weten.
En zo niet? Dan wijs ik de plaats wel aan!
Ik wil alleen maar blijven schrijven zo lang het mij vreugde geeft.
Omdat ik er zelf zo van geniet. Dit is ook de voornaamste reden dat ik eraan ben begonnen.
Als dat niet meer zo is, stop ik ermee. Hoe eenvoudig kan het zijn!
Natuurlijk vind ik het ook heel fijn als mensen mijn blog kunnen waarderen en graag lezen.
Dat is de andere reden om te blijven schrijven.
Die vraag maakte dus veel meer los en riep veel meer op dan ik op het eerste moment dacht.
Het schrijven erover geeft mij duidelijkheid en het voelt goed voor mij om dit te delen met mijn lezers.
Ik krijg nu ook respect voor columnschrijvers die al jaren trouw hun schrijfstukjes
op tijd inleveren bij de redactie van een krant.
Iedere keer weer een onderwerp moeten vinden om over te schrijven lijkt mij niet gemakkelijk.
En soms levert hen dat nog veel kritiek op ook.
Dat zullen ze wel aankunnen anders zouden ze ermee ophouden, lijkt mij.
We leven in een vrij land met vrije meningsuiting en dat is een groot goed.
Gelukkig is die vrijheid er voor lezers en ook voor schrijvers!
We zijn nu met 9 dames die schrijven voor hun plezier!
Er was in het begin één man bij, maar die is er mee opgehouden zodat we nu nog met alleen dames zijn.
We komen één keer in de veertien dagen, met veel plezier, bijeen.
Gewapend met pen en papier gaan we blijmoedig het schrijfpad op.
We schrijven naar aanleiding van een opdracht. Dat kan van alles zijn.
We oefenen met allerlei dichtvormen. Korte verhalen, smartlappen ook wel levensliederen genoemd. Maar ook sprookjes, krantenartikelen etc.
Alles wat ik eerder leerde op mijn schrijfcursussen komt nu weer van pas.
En, zo worden wij langzamerhand allround schrijvers!
Het leuke is dat iedereen er achter komt dat er altijd wel iets te vertellen valt.
Het kan zo gek niet gaan of er komt bij allemaal toch altijd weer iets tevoorschijn over een bepaald onderwerp.
Leuke dingen, nare dingen, alles dient zich aan en is welkom!
Omdat we elkaar niet de maat nemen met kritiek. Elkaar niet beoordelen, voelen we ons vrij.
Alles mag er zijn en naar voren komen.
En daardoor ontstaat er een prachtig creatief proces.
We hebben 2 schrijfronden. Na iedere ronde lezen we ons werk voor.
Een poosje geleden vroeg één van de dames mij: “ wat is er nu zo leuk aan een blog?”
Mijn antwoord: “ik kan mijn ei kwijt. En ik schrijf gewoon graag”
Hij bleef echter door mijn hoofd zoemen, die vraag. Bracht mij aan het denken.
Een blog vraagt veel meer tijd dan ik verwachtte.
Er moet iedere keer weer stof zijn en inspiratie om te schrijven.
Bij nader inzien rijst ook de vraag “krijg ik voet aan de grond in bloggerland?
Er is zo ontzettend veel aanbod. Het lijkt wel, misschien is het ook wel zo,
dat er meer schrijvers dan lezers zijn.
Is er wel een plekje voor mij in dat grote leger van schrijvende medeburgers?
Zal mijn lezersaantal zich nog wat gaan uitbreiden?
Ik heb geduld en neem er de tijd voor, want dat kost tijd. Hopelijk is er tijd genoeg!
Ik wil het overlaten aan de stroom van het leven. Althans dat ga ik proberen.
Ik ga ook mijn ego maar eens toespreken dat zij zich terug trekt en mij met rust laat!
Dat ego moet inmiddels zijn/haar plaat maar eens weten.
En zo niet? Dan wijs ik de plaats wel aan!
Ik wil alleen maar blijven schrijven zo lang het mij vreugde geeft.
Omdat ik er zelf zo van geniet. Dit is ook de voornaamste reden dat ik eraan ben begonnen.
Als dat niet meer zo is, stop ik ermee. Hoe eenvoudig kan het zijn!
Natuurlijk vind ik het ook heel fijn als mensen mijn blog kunnen waarderen en graag lezen.
Dat is de andere reden om te blijven schrijven.
Die vraag maakte dus veel meer los en riep veel meer op dan ik op het eerste moment dacht.
Het schrijven erover geeft mij duidelijkheid en het voelt goed voor mij om dit te delen met mijn lezers.
Ik krijg nu ook respect voor columnschrijvers die al jaren trouw hun schrijfstukjes
op tijd inleveren bij de redactie van een krant.
Iedere keer weer een onderwerp moeten vinden om over te schrijven lijkt mij niet gemakkelijk.
En soms levert hen dat nog veel kritiek op ook.
Dat zullen ze wel aankunnen anders zouden ze ermee ophouden, lijkt mij.
We leven in een vrij land met vrije meningsuiting en dat is een groot goed.
Gelukkig is die vrijheid er voor lezers en ook voor schrijvers!
maandag 30 september 2013
Ik schrijf het gewoon allemaal even voor je op
Regelmatig vraag ik mij af hoe de wereld er over een jaar of tien
uit zal zien.
En wat anders. Hoe zou mijn vader reageren als hij de wereld van nu zou zien.
Hij was van het jaar 1890 en heeft nog meegemaakt dat hij voor het eerst een vliegtuig zag rondvliegen.
Zelf weet ik bijvoorbeeld nog goed hoe vroeger het telefoonverkeer plaats vond.
Het was een hele onderneming om te bellen, want alles moest worden aangevraagd bij de centrale.
Je gaf het gewilde telefoonnummer bij de centrale op en een poosje later werd je teruggebeld.
Zij verbonden je dan door naar het aangevraagde nummer.
Wij hadden al heel vroeg een telefoon omdat mijn vader een bedrijf had.
Er waren verder nog maar weinig mensen die een telefoon hadden.
De wereld is nog nooit snel veranderd als de laatste honderd jaar, denk ik.
Ik heb tot nu toe geprobeerd het bij te benen. Maar langzamerhand ga ik de moed verliezen dat ik het ga redden.
Ik kan de veranderingen niet helemaal meer bijhouden.
En denk de laatste tijd een beetje fatalistisch : laat maar waaien. Ik heb mijn best gedaan!
Het heeft mij allemaal moeite genoeg gekost.
Mijn rijbewijs halen, daar begon eigenlijk alles mee. Die rijlessen wat vond ik het moeilijk! Het was echt een opgave voor mij.
Maar na een paar keer zakken heb ik het uiteindelijk toch gehaald.
En ik moet zeggen dat ik achteraf nog altijd blij ben dat ik heb doorgezet.
Ik tuf nu overal heen in mijn autootje.
Het voelt nog altijd als een weelde als ik instap.
Vooral als het waait en plenst van de regen, de ruitenwissers hun werk doen, tuf ik in mijn droge huisje naar mijn reisdoel.
Wat jaren later kwamen de computers. Wat waren die eerste computers groot en wat een ruimten namen ze in beslag.
Ze waren niet te vergelijken met de computers van nu. Maar luidden wel een nieuw tijdperk in: het computertijdperk.
Gelukkig ben ik wat jaren later ook weer achter de computer gekropen.
En, al was het weer een ware kwelling om het onder de knie te krijgen.
Het is mij toch gelukt!
Ben nu zelfs zover dat ik een paar blogs heb.
Maar nu hou ik het echt voor gezien! Ik begin nergens meer aan. Alle nieuwe apparaten kunnen het dak op. Ik geef er de brui aan!
O, dat is waar ook!
Ik kreeg een poosje geleden een tablet cadeau. Moet ik dat nu ook echt nog gaan leren?
Ik was blij toen ik hem kreeg. Totdat ik bedacht wat er allemaal aan vast zat.
Weer iets onder de knie krijgen!
En geloof mij maar. Er zal vandaag of morgen wel een kleinkind aankomen, die vrolijk zegt: “Kom op oma, je kunt het best. Je zit toch ook op de computer?
Niks moeilijk. Ik schrijf het gewoon allemaal wel even voor je op!”
Heel lief allemaal, dat moet gezegd!
Het zal er wel op uitdraaien dat ik ook op de tablet weer mijn wankele schreden
zal zetten
Ik kijk mijn ogen uit hoe jonge mensen alles doen.
Ze studeren, mailen, kijken tv, en intussen praten ze gezellig.
En dat dus allemaal op hetzelfde tijdstip!
Gelukkig heb ik een excuus, zodat mijn minderwaardigheidsgevoel niet al te hoog oplaait. Als senior mag het wel wat minder!
Het zal best wel goed zijn voor mijn ouder hoofd om bezig te blijven.
Maar dat hoofd heeft er onder de hand geen zin meer in zich zo in te spannen.
Het is aan rust toe!
Nou goed, die tablet dan nog. Maar daarna is het echt over en sluiten maar!
uit zal zien.
En wat anders. Hoe zou mijn vader reageren als hij de wereld van nu zou zien.
Hij was van het jaar 1890 en heeft nog meegemaakt dat hij voor het eerst een vliegtuig zag rondvliegen.
Zelf weet ik bijvoorbeeld nog goed hoe vroeger het telefoonverkeer plaats vond.
Het was een hele onderneming om te bellen, want alles moest worden aangevraagd bij de centrale.
Je gaf het gewilde telefoonnummer bij de centrale op en een poosje later werd je teruggebeld.
Zij verbonden je dan door naar het aangevraagde nummer.
Wij hadden al heel vroeg een telefoon omdat mijn vader een bedrijf had.
Er waren verder nog maar weinig mensen die een telefoon hadden.
De wereld is nog nooit snel veranderd als de laatste honderd jaar, denk ik.
Ik heb tot nu toe geprobeerd het bij te benen. Maar langzamerhand ga ik de moed verliezen dat ik het ga redden.
Ik kan de veranderingen niet helemaal meer bijhouden.
En denk de laatste tijd een beetje fatalistisch : laat maar waaien. Ik heb mijn best gedaan!
Het heeft mij allemaal moeite genoeg gekost.
Mijn rijbewijs halen, daar begon eigenlijk alles mee. Die rijlessen wat vond ik het moeilijk! Het was echt een opgave voor mij.
Maar na een paar keer zakken heb ik het uiteindelijk toch gehaald.
En ik moet zeggen dat ik achteraf nog altijd blij ben dat ik heb doorgezet.
Ik tuf nu overal heen in mijn autootje.
Het voelt nog altijd als een weelde als ik instap.
Vooral als het waait en plenst van de regen, de ruitenwissers hun werk doen, tuf ik in mijn droge huisje naar mijn reisdoel.
Wat jaren later kwamen de computers. Wat waren die eerste computers groot en wat een ruimten namen ze in beslag.
Ze waren niet te vergelijken met de computers van nu. Maar luidden wel een nieuw tijdperk in: het computertijdperk.
Gelukkig ben ik wat jaren later ook weer achter de computer gekropen.
En, al was het weer een ware kwelling om het onder de knie te krijgen.
Het is mij toch gelukt!
Ben nu zelfs zover dat ik een paar blogs heb.
Maar nu hou ik het echt voor gezien! Ik begin nergens meer aan. Alle nieuwe apparaten kunnen het dak op. Ik geef er de brui aan!
O, dat is waar ook!
Ik kreeg een poosje geleden een tablet cadeau. Moet ik dat nu ook echt nog gaan leren?
Ik was blij toen ik hem kreeg. Totdat ik bedacht wat er allemaal aan vast zat.
Weer iets onder de knie krijgen!
En geloof mij maar. Er zal vandaag of morgen wel een kleinkind aankomen, die vrolijk zegt: “Kom op oma, je kunt het best. Je zit toch ook op de computer?
Niks moeilijk. Ik schrijf het gewoon allemaal wel even voor je op!”
Heel lief allemaal, dat moet gezegd!
Het zal er wel op uitdraaien dat ik ook op de tablet weer mijn wankele schreden
zal zetten
Ik kijk mijn ogen uit hoe jonge mensen alles doen.
Ze studeren, mailen, kijken tv, en intussen praten ze gezellig.
En dat dus allemaal op hetzelfde tijdstip!
Gelukkig heb ik een excuus, zodat mijn minderwaardigheidsgevoel niet al te hoog oplaait. Als senior mag het wel wat minder!
Het zal best wel goed zijn voor mijn ouder hoofd om bezig te blijven.
Maar dat hoofd heeft er onder de hand geen zin meer in zich zo in te spannen.
Het is aan rust toe!
Nou goed, die tablet dan nog. Maar daarna is het echt over en sluiten maar!
Abonneren op:
Posts (Atom)