Kijk ook eens op mijn eigen domeinnaam www.meeopdewind.nl
Binnenkort is dit mijn nieuwe adres.
Posts tonen met het label Nu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nu. Alle posts tonen
donderdag 21 november 2013
donderdag 7 november 2013
't Zijn de kleine dingen die het doen
Terug van weggeweest.
Zelfs lientje de poes was blij dat ik er weer was!
En dat wil wat zeggen want lientje is altijd boos op mij
als ik langer dan een dag ben weggeweest.
Zij verwaardigt mij dan met geen blik meer als ik binnenstap.
En als ik mij installeer voor een heerlijk kopje koffie
gaat zij goed zichtbaar, demonstratief met haar rug naar mij toe zitten.
En lieve broodjes bakken is er niet bij. Zij houdt voet bij stuk.
Ik moet het mij maar eens goed realiseren waar ik mee bezig ben.
Niet dat gemakkelijk wegwuiven!
Nee, zij is zeer ontstemd over mijn gedrag, dat moge duidelijk zijn.
Gelukkig draait zij na een nachtje slapen weer bij.
Wat dat betreft: net een mens!
Echter, hoe anders was het nu.
Meteen een luid gespin toen ik haar oppakte.
En zo dicht mogelijk bij mij willen zijn, mij steeds maar aankijkend.
Het klinkt misschien gek maar het voelde nu meer als thuiskomen dan anders!
Vorige week was ik getuige van een mooi schouwspel. Ik zat in de tram,'s avonds.
Bij een halte stapte een man van middelbare leeftijd in.
Hij had een heel vriendelijke uitstraling.
Toen hij ging zitten zag ik dat zijn blik op een al wat oudere dame viel die tegenover hem zat, naast een partner.
De dame in kwestie voelde het en zij keken elkaar even aan.
De man kon zijn ogen de hele verdere rit niet van die dame afhouden.
Hij wilde niet kijken en probeerde het met zijn wil, maar zijn ogen moesten steeds weer naar haar toe.
De oudere vrouw voelde wat er gebeurde en keek vriendelijk voor zich uit.
Het was duidelijk dat zij niet goed raad wist met de situatie.
Ik zag alles gebeuren en vroeg mij verwonderd af wat er nu eigenlijk plaats vond tussen die twee mensen.
Zij, een toch veel oudere dame dan hij, een man van rond de vijftig.
De rit duurde best wel een poosje.
Af en toe ontmoetten hun ogen elkaar weer en allebei keken zij dan snel
snel een andere kant uit.
Uiteindelijk was de tram bij de halte waar de man eruit moest.
Hij durfde, aan het einde van de rit, de oudere vrouw vriendelijk te groeten. Zij gaf hem haar liefste glimlach, waarop de man stralend en blij uitstapte.
Het was van zo'n pure eenvoud wat er gebeurde tussen deze twee mensen dat het mij raakte.
Twee mensen die elkaar niet kenden en terloops op een diep niveau even als voorbijgangers verbonden waren.
Alsof zij elkaar herkenden van lang geleden en dit even uitwisselden.
Hoe mooi!
Er gebeuren, als je oplettend in het leven staat, veel mooie dingen om ons heen.
De kunst is genoeg rust in mijn leven te creëren zodat zij
binnen kunnen komen. Genoeg rust en tijd nemen om ze te signaleren.
Het zijn de kleine dingen die het doen!
De kleine dingen van alledag.
Zelfs lientje de poes was blij dat ik er weer was!
En dat wil wat zeggen want lientje is altijd boos op mij
als ik langer dan een dag ben weggeweest.
Zij verwaardigt mij dan met geen blik meer als ik binnenstap.
En als ik mij installeer voor een heerlijk kopje koffie
gaat zij goed zichtbaar, demonstratief met haar rug naar mij toe zitten.
En lieve broodjes bakken is er niet bij. Zij houdt voet bij stuk.
Ik moet het mij maar eens goed realiseren waar ik mee bezig ben.
Niet dat gemakkelijk wegwuiven!
Nee, zij is zeer ontstemd over mijn gedrag, dat moge duidelijk zijn.
Gelukkig draait zij na een nachtje slapen weer bij.
Wat dat betreft: net een mens!
Echter, hoe anders was het nu.
Meteen een luid gespin toen ik haar oppakte.
En zo dicht mogelijk bij mij willen zijn, mij steeds maar aankijkend.
Het klinkt misschien gek maar het voelde nu meer als thuiskomen dan anders!
Vorige week was ik getuige van een mooi schouwspel. Ik zat in de tram,'s avonds.
Bij een halte stapte een man van middelbare leeftijd in.
Hij had een heel vriendelijke uitstraling.
Toen hij ging zitten zag ik dat zijn blik op een al wat oudere dame viel die tegenover hem zat, naast een partner.
De dame in kwestie voelde het en zij keken elkaar even aan.
De man kon zijn ogen de hele verdere rit niet van die dame afhouden.
Hij wilde niet kijken en probeerde het met zijn wil, maar zijn ogen moesten steeds weer naar haar toe.
De oudere vrouw voelde wat er gebeurde en keek vriendelijk voor zich uit.
Het was duidelijk dat zij niet goed raad wist met de situatie.
Ik zag alles gebeuren en vroeg mij verwonderd af wat er nu eigenlijk plaats vond tussen die twee mensen.
Zij, een toch veel oudere dame dan hij, een man van rond de vijftig.
De rit duurde best wel een poosje.
Af en toe ontmoetten hun ogen elkaar weer en allebei keken zij dan snel
snel een andere kant uit.
Uiteindelijk was de tram bij de halte waar de man eruit moest.
Hij durfde, aan het einde van de rit, de oudere vrouw vriendelijk te groeten. Zij gaf hem haar liefste glimlach, waarop de man stralend en blij uitstapte.
Het was van zo'n pure eenvoud wat er gebeurde tussen deze twee mensen dat het mij raakte.
Twee mensen die elkaar niet kenden en terloops op een diep niveau even als voorbijgangers verbonden waren.
Alsof zij elkaar herkenden van lang geleden en dit even uitwisselden.
Hoe mooi!
Er gebeuren, als je oplettend in het leven staat, veel mooie dingen om ons heen.
De kunst is genoeg rust in mijn leven te creëren zodat zij
binnen kunnen komen. Genoeg rust en tijd nemen om ze te signaleren.
Het zijn de kleine dingen die het doen!
De kleine dingen van alledag.
donderdag 31 oktober 2013
Hypermodern
Ik ben deze week in Zeeland als mantelverzorger bij een familielid.
Het leven heeft veel leermomenten.
Er valt altijd wel iets te leren ook als je ouder wordt.
Omdat ik vorige week mijn schrijfsel lang genoeg vond heb ik een stukje weg
gelaten wat er eigenlijk bij hoorde.
Ik wil het alsnog plaatsen omdat het er nu eenmaal voor geschreven is.
En het komt prima uit omdat ik deze week niet aan schrijven toekom.
Bovendien vang ik zo 2 vliegen in één klap.
Ik ben een blog begonnen om over alles wat ik zie en wat mij ter harte gaat
te kunnen schrijven.
En dierenleed gaat mij ter harte omdat dieren van ons afhankelijk zijn.
Wij voor hen verantwoordelijkheid dragen.
Een poosje geleden was er een open dag in mijn omgeving.
Er waren allerlei bedrijven die hun deuren wijd open zetten voor het publiek.
Ik ging er op af.
Zo kwam ik terecht bij een hypermoderne veehouderij.
De veehouder vertelde trots aan ieder die het horen wilde hoe goed de dieren wel niet werden verzorgd.
Het voorbeeld was voor handen. Hij wees naar een varken.
Het dier lag op een houten vlonder in een klein hok, meer een hoge houten kooi.
Het moest jongen krijgen en had alleen maar ruimte om stil te blijven liggen.
Het varken werd iedere dag getemperatuurd en zodra het maar iets verhoging
had kreeg het antibiotica.
Kan het wranger vraag ik mij af.
Ik kreeg hetzelfde gevoel van vroeger uit mijn kindertijd: het ging weer mijn
begrip te boven.
Ik ben even naar buiten gelopen om de frisse lucht in te ademen.
Ik vind dat zo'n varken een vreselijk leven heeft.
Het varken uit mijn kinderjaren had in ieder geval een veel beter leven!
Het had genoeg levensruimte. En dat heeft ieder wezen nodig!
Het leven heeft veel leermomenten.
Er valt altijd wel iets te leren ook als je ouder wordt.
Omdat ik vorige week mijn schrijfsel lang genoeg vond heb ik een stukje weg
gelaten wat er eigenlijk bij hoorde.
Ik wil het alsnog plaatsen omdat het er nu eenmaal voor geschreven is.
En het komt prima uit omdat ik deze week niet aan schrijven toekom.
Bovendien vang ik zo 2 vliegen in één klap.
Ik ben een blog begonnen om over alles wat ik zie en wat mij ter harte gaat
te kunnen schrijven.
En dierenleed gaat mij ter harte omdat dieren van ons afhankelijk zijn.
Wij voor hen verantwoordelijkheid dragen.
Een poosje geleden was er een open dag in mijn omgeving.
Er waren allerlei bedrijven die hun deuren wijd open zetten voor het publiek.
Ik ging er op af.
Zo kwam ik terecht bij een hypermoderne veehouderij.
De veehouder vertelde trots aan ieder die het horen wilde hoe goed de dieren wel niet werden verzorgd.
Het voorbeeld was voor handen. Hij wees naar een varken.
Het dier lag op een houten vlonder in een klein hok, meer een hoge houten kooi.
Het moest jongen krijgen en had alleen maar ruimte om stil te blijven liggen.
Het varken werd iedere dag getemperatuurd en zodra het maar iets verhoging
had kreeg het antibiotica.
Kan het wranger vraag ik mij af.
Ik kreeg hetzelfde gevoel van vroeger uit mijn kindertijd: het ging weer mijn
begrip te boven.
Ik ben even naar buiten gelopen om de frisse lucht in te ademen.
Ik vind dat zo'n varken een vreselijk leven heeft.
Het varken uit mijn kinderjaren had in ieder geval een veel beter leven!
Het had genoeg levensruimte. En dat heeft ieder wezen nodig!
maandag 21 oktober 2013
Beter doen
Ouders van nu voeden hun kinderen anders op dan wij het deden.
Onze kleinkinderen zijn anders groot gebracht dan onze kinderen.
Boeiend om naar te kijken.
Mijn moeder zei vaak als er weer een stel trouwde in haar omgeving:
"zo daar gaat weer een beter doener".
Ik zag dan een milde, licht ironische glimlach om haar mond.
Ik begreep dat zij dan dacht dan aan het opvoeden van kinderen.
Ik heb nog vaak aan die opmerking gedacht.
Ook toen ik zelf kinderen had en probeerde ze wat dingen mee te geven.
Als die dan anders waren dan mijn moeder mij leerde kon die zin boven water komen.
Ik zag hoe de geschiedenis zich ook bij mij herhaalde en dat mijn moeder
wist hoe de vork in de steel zat.
Dat iedere generatie het beter wil doen is een mooi streven.
En dat blijft een mooi streven, maar alle inzet ten spijt loopt het meestal uit op een een vergissing.
Want, op de keper beschouwd loopt iedere ouder, trouwens zij niet alleen,
maar ieder die het beter wil doen, tegen hetzelfde aan.
Want wat blijkt? Het is meestal niet beter, wellicht anders.
Ook de kinderen van nu zullen later trachten het beter te doen omdat zij verwachten dat het beter kan.
Ook zij zullen zoeken naar het beste voor hun kinderen.
Ik vraag mij af waar het door komt en waar het vandaan komt, dat verlangen in ons naar het betere, het beste.
Is het heimwee, het verlangen in ons naar het betere, een verlangen naar het verloren paradijs?
Ik heb lang gepiekerd over wat ik allemaal anders had moeten doen. Beter!
Het woog heel zwaar voor mij want ik moest het goed hebben gedaan.
Ik maakte mezelf daardoor heel belangrijk, het hing allemaal van mij af en
dat maakte het zwaarder dan nodig is.
Sinds ik het accepteer, en weet en begrijp dat ik het gedaan heb zoals ik het op dat moment kon, met de mogelijkheden en de inzichten die ik toen had, verdween die kramp.
En dat luchtte enorm op!
Ik sta daardoor speelser en meer ontspannen in het leven.
De kramp dat ik alles perfect moet en dat het van mij afhangt is voorbij.
Daarmee is niet het verlangen naar het verloren paradijs verdwenen.
Dat verlangen blijft en koester ik.
Onze kleinkinderen zijn anders groot gebracht dan onze kinderen.
Boeiend om naar te kijken.
Mijn moeder zei vaak als er weer een stel trouwde in haar omgeving:
"zo daar gaat weer een beter doener".
Ik zag dan een milde, licht ironische glimlach om haar mond.
Ik begreep dat zij dan dacht dan aan het opvoeden van kinderen.
Ik heb nog vaak aan die opmerking gedacht.
Ook toen ik zelf kinderen had en probeerde ze wat dingen mee te geven.
Als die dan anders waren dan mijn moeder mij leerde kon die zin boven water komen.
Ik zag hoe de geschiedenis zich ook bij mij herhaalde en dat mijn moeder
wist hoe de vork in de steel zat.
Dat iedere generatie het beter wil doen is een mooi streven.
En dat blijft een mooi streven, maar alle inzet ten spijt loopt het meestal uit op een een vergissing.
Want, op de keper beschouwd loopt iedere ouder, trouwens zij niet alleen,
maar ieder die het beter wil doen, tegen hetzelfde aan.
Want wat blijkt? Het is meestal niet beter, wellicht anders.
Ook de kinderen van nu zullen later trachten het beter te doen omdat zij verwachten dat het beter kan.
Ook zij zullen zoeken naar het beste voor hun kinderen.
Ik vraag mij af waar het door komt en waar het vandaan komt, dat verlangen in ons naar het betere, het beste.
Is het heimwee, het verlangen in ons naar het betere, een verlangen naar het verloren paradijs?
Ik heb lang gepiekerd over wat ik allemaal anders had moeten doen. Beter!
Het woog heel zwaar voor mij want ik moest het goed hebben gedaan.
Ik maakte mezelf daardoor heel belangrijk, het hing allemaal van mij af en
dat maakte het zwaarder dan nodig is.
Sinds ik het accepteer, en weet en begrijp dat ik het gedaan heb zoals ik het op dat moment kon, met de mogelijkheden en de inzichten die ik toen had, verdween die kramp.
En dat luchtte enorm op!
Ik sta daardoor speelser en meer ontspannen in het leven.
De kramp dat ik alles perfect moet en dat het van mij afhangt is voorbij.
Daarmee is niet het verlangen naar het verloren paradijs verdwenen.
Dat verlangen blijft en koester ik.
vrijdag 4 oktober 2013
Goede vraag
Een paar jaar geleden heb ik, samen met andere mensen, een schrijfgroepje in het leven geroepen.
We zijn nu met 9 dames die schrijven voor hun plezier!
Er was in het begin één man bij, maar die is er mee opgehouden zodat we nu nog met alleen dames zijn.
We komen één keer in de veertien dagen, met veel plezier, bijeen.
Gewapend met pen en papier gaan we blijmoedig het schrijfpad op.
We schrijven naar aanleiding van een opdracht. Dat kan van alles zijn.
We oefenen met allerlei dichtvormen. Korte verhalen, smartlappen ook wel levensliederen genoemd. Maar ook sprookjes, krantenartikelen etc.
Alles wat ik eerder leerde op mijn schrijfcursussen komt nu weer van pas.
En, zo worden wij langzamerhand allround schrijvers!
Het leuke is dat iedereen er achter komt dat er altijd wel iets te vertellen valt.
Het kan zo gek niet gaan of er komt bij allemaal toch altijd weer iets tevoorschijn over een bepaald onderwerp.
Leuke dingen, nare dingen, alles dient zich aan en is welkom!
Omdat we elkaar niet de maat nemen met kritiek. Elkaar niet beoordelen, voelen we ons vrij.
Alles mag er zijn en naar voren komen.
En daardoor ontstaat er een prachtig creatief proces.
We hebben 2 schrijfronden. Na iedere ronde lezen we ons werk voor.
Een poosje geleden vroeg één van de dames mij: “ wat is er nu zo leuk aan een blog?”
Mijn antwoord: “ik kan mijn ei kwijt. En ik schrijf gewoon graag”
Hij bleef echter door mijn hoofd zoemen, die vraag. Bracht mij aan het denken.
Een blog vraagt veel meer tijd dan ik verwachtte.
Er moet iedere keer weer stof zijn en inspiratie om te schrijven.
Bij nader inzien rijst ook de vraag “krijg ik voet aan de grond in bloggerland?
Er is zo ontzettend veel aanbod. Het lijkt wel, misschien is het ook wel zo,
dat er meer schrijvers dan lezers zijn.
Is er wel een plekje voor mij in dat grote leger van schrijvende medeburgers?
Zal mijn lezersaantal zich nog wat gaan uitbreiden?
Ik heb geduld en neem er de tijd voor, want dat kost tijd. Hopelijk is er tijd genoeg!
Ik wil het overlaten aan de stroom van het leven. Althans dat ga ik proberen.
Ik ga ook mijn ego maar eens toespreken dat zij zich terug trekt en mij met rust laat!
Dat ego moet inmiddels zijn/haar plaat maar eens weten.
En zo niet? Dan wijs ik de plaats wel aan!
Ik wil alleen maar blijven schrijven zo lang het mij vreugde geeft.
Omdat ik er zelf zo van geniet. Dit is ook de voornaamste reden dat ik eraan ben begonnen.
Als dat niet meer zo is, stop ik ermee. Hoe eenvoudig kan het zijn!
Natuurlijk vind ik het ook heel fijn als mensen mijn blog kunnen waarderen en graag lezen.
Dat is de andere reden om te blijven schrijven.
Die vraag maakte dus veel meer los en riep veel meer op dan ik op het eerste moment dacht.
Het schrijven erover geeft mij duidelijkheid en het voelt goed voor mij om dit te delen met mijn lezers.
Ik krijg nu ook respect voor columnschrijvers die al jaren trouw hun schrijfstukjes
op tijd inleveren bij de redactie van een krant.
Iedere keer weer een onderwerp moeten vinden om over te schrijven lijkt mij niet gemakkelijk.
En soms levert hen dat nog veel kritiek op ook.
Dat zullen ze wel aankunnen anders zouden ze ermee ophouden, lijkt mij.
We leven in een vrij land met vrije meningsuiting en dat is een groot goed.
Gelukkig is die vrijheid er voor lezers en ook voor schrijvers!
We zijn nu met 9 dames die schrijven voor hun plezier!
Er was in het begin één man bij, maar die is er mee opgehouden zodat we nu nog met alleen dames zijn.
We komen één keer in de veertien dagen, met veel plezier, bijeen.
Gewapend met pen en papier gaan we blijmoedig het schrijfpad op.
We schrijven naar aanleiding van een opdracht. Dat kan van alles zijn.
We oefenen met allerlei dichtvormen. Korte verhalen, smartlappen ook wel levensliederen genoemd. Maar ook sprookjes, krantenartikelen etc.
Alles wat ik eerder leerde op mijn schrijfcursussen komt nu weer van pas.
En, zo worden wij langzamerhand allround schrijvers!
Het leuke is dat iedereen er achter komt dat er altijd wel iets te vertellen valt.
Het kan zo gek niet gaan of er komt bij allemaal toch altijd weer iets tevoorschijn over een bepaald onderwerp.
Leuke dingen, nare dingen, alles dient zich aan en is welkom!
Omdat we elkaar niet de maat nemen met kritiek. Elkaar niet beoordelen, voelen we ons vrij.
Alles mag er zijn en naar voren komen.
En daardoor ontstaat er een prachtig creatief proces.
We hebben 2 schrijfronden. Na iedere ronde lezen we ons werk voor.
Een poosje geleden vroeg één van de dames mij: “ wat is er nu zo leuk aan een blog?”
Mijn antwoord: “ik kan mijn ei kwijt. En ik schrijf gewoon graag”
Hij bleef echter door mijn hoofd zoemen, die vraag. Bracht mij aan het denken.
Een blog vraagt veel meer tijd dan ik verwachtte.
Er moet iedere keer weer stof zijn en inspiratie om te schrijven.
Bij nader inzien rijst ook de vraag “krijg ik voet aan de grond in bloggerland?
Er is zo ontzettend veel aanbod. Het lijkt wel, misschien is het ook wel zo,
dat er meer schrijvers dan lezers zijn.
Is er wel een plekje voor mij in dat grote leger van schrijvende medeburgers?
Zal mijn lezersaantal zich nog wat gaan uitbreiden?
Ik heb geduld en neem er de tijd voor, want dat kost tijd. Hopelijk is er tijd genoeg!
Ik wil het overlaten aan de stroom van het leven. Althans dat ga ik proberen.
Ik ga ook mijn ego maar eens toespreken dat zij zich terug trekt en mij met rust laat!
Dat ego moet inmiddels zijn/haar plaat maar eens weten.
En zo niet? Dan wijs ik de plaats wel aan!
Ik wil alleen maar blijven schrijven zo lang het mij vreugde geeft.
Omdat ik er zelf zo van geniet. Dit is ook de voornaamste reden dat ik eraan ben begonnen.
Als dat niet meer zo is, stop ik ermee. Hoe eenvoudig kan het zijn!
Natuurlijk vind ik het ook heel fijn als mensen mijn blog kunnen waarderen en graag lezen.
Dat is de andere reden om te blijven schrijven.
Die vraag maakte dus veel meer los en riep veel meer op dan ik op het eerste moment dacht.
Het schrijven erover geeft mij duidelijkheid en het voelt goed voor mij om dit te delen met mijn lezers.
Ik krijg nu ook respect voor columnschrijvers die al jaren trouw hun schrijfstukjes
op tijd inleveren bij de redactie van een krant.
Iedere keer weer een onderwerp moeten vinden om over te schrijven lijkt mij niet gemakkelijk.
En soms levert hen dat nog veel kritiek op ook.
Dat zullen ze wel aankunnen anders zouden ze ermee ophouden, lijkt mij.
We leven in een vrij land met vrije meningsuiting en dat is een groot goed.
Gelukkig is die vrijheid er voor lezers en ook voor schrijvers!
maandag 30 september 2013
Ik schrijf het gewoon allemaal even voor je op
Regelmatig vraag ik mij af hoe de wereld er over een jaar of tien
uit zal zien.
En wat anders. Hoe zou mijn vader reageren als hij de wereld van nu zou zien.
Hij was van het jaar 1890 en heeft nog meegemaakt dat hij voor het eerst een vliegtuig zag rondvliegen.
Zelf weet ik bijvoorbeeld nog goed hoe vroeger het telefoonverkeer plaats vond.
Het was een hele onderneming om te bellen, want alles moest worden aangevraagd bij de centrale.
Je gaf het gewilde telefoonnummer bij de centrale op en een poosje later werd je teruggebeld.
Zij verbonden je dan door naar het aangevraagde nummer.
Wij hadden al heel vroeg een telefoon omdat mijn vader een bedrijf had.
Er waren verder nog maar weinig mensen die een telefoon hadden.
De wereld is nog nooit snel veranderd als de laatste honderd jaar, denk ik.
Ik heb tot nu toe geprobeerd het bij te benen. Maar langzamerhand ga ik de moed verliezen dat ik het ga redden.
Ik kan de veranderingen niet helemaal meer bijhouden.
En denk de laatste tijd een beetje fatalistisch : laat maar waaien. Ik heb mijn best gedaan!
Het heeft mij allemaal moeite genoeg gekost.
Mijn rijbewijs halen, daar begon eigenlijk alles mee. Die rijlessen wat vond ik het moeilijk! Het was echt een opgave voor mij.
Maar na een paar keer zakken heb ik het uiteindelijk toch gehaald.
En ik moet zeggen dat ik achteraf nog altijd blij ben dat ik heb doorgezet.
Ik tuf nu overal heen in mijn autootje.
Het voelt nog altijd als een weelde als ik instap.
Vooral als het waait en plenst van de regen, de ruitenwissers hun werk doen, tuf ik in mijn droge huisje naar mijn reisdoel.
Wat jaren later kwamen de computers. Wat waren die eerste computers groot en wat een ruimten namen ze in beslag.
Ze waren niet te vergelijken met de computers van nu. Maar luidden wel een nieuw tijdperk in: het computertijdperk.
Gelukkig ben ik wat jaren later ook weer achter de computer gekropen.
En, al was het weer een ware kwelling om het onder de knie te krijgen.
Het is mij toch gelukt!
Ben nu zelfs zover dat ik een paar blogs heb.
Maar nu hou ik het echt voor gezien! Ik begin nergens meer aan. Alle nieuwe apparaten kunnen het dak op. Ik geef er de brui aan!
O, dat is waar ook!
Ik kreeg een poosje geleden een tablet cadeau. Moet ik dat nu ook echt nog gaan leren?
Ik was blij toen ik hem kreeg. Totdat ik bedacht wat er allemaal aan vast zat.
Weer iets onder de knie krijgen!
En geloof mij maar. Er zal vandaag of morgen wel een kleinkind aankomen, die vrolijk zegt: “Kom op oma, je kunt het best. Je zit toch ook op de computer?
Niks moeilijk. Ik schrijf het gewoon allemaal wel even voor je op!”
Heel lief allemaal, dat moet gezegd!
Het zal er wel op uitdraaien dat ik ook op de tablet weer mijn wankele schreden
zal zetten
Ik kijk mijn ogen uit hoe jonge mensen alles doen.
Ze studeren, mailen, kijken tv, en intussen praten ze gezellig.
En dat dus allemaal op hetzelfde tijdstip!
Gelukkig heb ik een excuus, zodat mijn minderwaardigheidsgevoel niet al te hoog oplaait. Als senior mag het wel wat minder!
Het zal best wel goed zijn voor mijn ouder hoofd om bezig te blijven.
Maar dat hoofd heeft er onder de hand geen zin meer in zich zo in te spannen.
Het is aan rust toe!
Nou goed, die tablet dan nog. Maar daarna is het echt over en sluiten maar!
uit zal zien.
En wat anders. Hoe zou mijn vader reageren als hij de wereld van nu zou zien.
Hij was van het jaar 1890 en heeft nog meegemaakt dat hij voor het eerst een vliegtuig zag rondvliegen.
Zelf weet ik bijvoorbeeld nog goed hoe vroeger het telefoonverkeer plaats vond.
Het was een hele onderneming om te bellen, want alles moest worden aangevraagd bij de centrale.
Je gaf het gewilde telefoonnummer bij de centrale op en een poosje later werd je teruggebeld.
Zij verbonden je dan door naar het aangevraagde nummer.
Wij hadden al heel vroeg een telefoon omdat mijn vader een bedrijf had.
Er waren verder nog maar weinig mensen die een telefoon hadden.
De wereld is nog nooit snel veranderd als de laatste honderd jaar, denk ik.
Ik heb tot nu toe geprobeerd het bij te benen. Maar langzamerhand ga ik de moed verliezen dat ik het ga redden.
Ik kan de veranderingen niet helemaal meer bijhouden.
En denk de laatste tijd een beetje fatalistisch : laat maar waaien. Ik heb mijn best gedaan!
Het heeft mij allemaal moeite genoeg gekost.
Mijn rijbewijs halen, daar begon eigenlijk alles mee. Die rijlessen wat vond ik het moeilijk! Het was echt een opgave voor mij.
Maar na een paar keer zakken heb ik het uiteindelijk toch gehaald.
En ik moet zeggen dat ik achteraf nog altijd blij ben dat ik heb doorgezet.
Ik tuf nu overal heen in mijn autootje.
Het voelt nog altijd als een weelde als ik instap.
Vooral als het waait en plenst van de regen, de ruitenwissers hun werk doen, tuf ik in mijn droge huisje naar mijn reisdoel.
Wat jaren later kwamen de computers. Wat waren die eerste computers groot en wat een ruimten namen ze in beslag.
Ze waren niet te vergelijken met de computers van nu. Maar luidden wel een nieuw tijdperk in: het computertijdperk.
Gelukkig ben ik wat jaren later ook weer achter de computer gekropen.
En, al was het weer een ware kwelling om het onder de knie te krijgen.
Het is mij toch gelukt!
Ben nu zelfs zover dat ik een paar blogs heb.
Maar nu hou ik het echt voor gezien! Ik begin nergens meer aan. Alle nieuwe apparaten kunnen het dak op. Ik geef er de brui aan!
O, dat is waar ook!
Ik kreeg een poosje geleden een tablet cadeau. Moet ik dat nu ook echt nog gaan leren?
Ik was blij toen ik hem kreeg. Totdat ik bedacht wat er allemaal aan vast zat.
Weer iets onder de knie krijgen!
En geloof mij maar. Er zal vandaag of morgen wel een kleinkind aankomen, die vrolijk zegt: “Kom op oma, je kunt het best. Je zit toch ook op de computer?
Niks moeilijk. Ik schrijf het gewoon allemaal wel even voor je op!”
Heel lief allemaal, dat moet gezegd!
Het zal er wel op uitdraaien dat ik ook op de tablet weer mijn wankele schreden
zal zetten
Ik kijk mijn ogen uit hoe jonge mensen alles doen.
Ze studeren, mailen, kijken tv, en intussen praten ze gezellig.
En dat dus allemaal op hetzelfde tijdstip!
Gelukkig heb ik een excuus, zodat mijn minderwaardigheidsgevoel niet al te hoog oplaait. Als senior mag het wel wat minder!
Het zal best wel goed zijn voor mijn ouder hoofd om bezig te blijven.
Maar dat hoofd heeft er onder de hand geen zin meer in zich zo in te spannen.
Het is aan rust toe!
Nou goed, die tablet dan nog. Maar daarna is het echt over en sluiten maar!
dinsdag 24 september 2013
Geboorte van een blog
In mijn vorige blog heb ik geschreven dat ik
mijn leven onder de loep wil leggen om te zien wat ik verder wil.
Bij nader inzien heb ik dat al gedaan. Mijn
blog is het resultaat.
Toen ik 51 jaar geleden met Gijs trouwde kreeg
ik al gauw een prachtig, wit dagboek met slotje van hem. Een boekje om zelf in te gaan schrijven.
Dit is voor mij nog altijd het mooiste cadeau dat ik kreeg.
Het bleek precies in de roos te zijn, dat
dagboekje.
Als ik met dat kleine sleuteltje, het
dagboekje, sloot of opende had ik een speciaal gevoel. Een gevoel van, dit is
nu helemaal van mezelf.
Hier draag ik de verantwoording over, en hierover heb ik zelf de
regie.
Wat ik erin zet, ligt in mijn handen. Later,
bleek dat ook weer niet helemaal waar.
Het gaf mij een gevoel van vrijheid! Alsof de
wereld groter werd.
Er ontstond iets nieuws in mijn leven:
schrijven.
Ik herinnerde mij weer hoe fijn ik het op
school vond om opstellen te schrijven.
Raar eigenlijk dat er een impuls van buiten
moest komen om te ontdekken dat ik schrijven zo leuk vond. En nog altijd vind.
Er zijn wel eens perioden geweest dat het
schrijven op een laag pitje stond.
Echter, in de loop van de tijd viel ik er
altijd weer op terug.
De kinderen die we kregen werden volwassen en
gingen hun eigen pad.
Het werd leeg in huis.
We genoten altijd zo van de drukte en de
gezelligheid die de kinderen ons brachten.
Vrienden en vriendinnen, alles kwam mee naar
huis en bleef slapen.
Wat een gezellige rompslomp was dat toch
allemaal!
Gelukkig was er altijd het dagboekje dat mij
vriendelijk bleef aankijken.
Toen ik ook nog ophield met werken kreeg ik
zeeën van tijd.
Hoe ging ik al die vrije tijd invullen?
En het lag eigenlijk zo voor de hand: met
schrijven natuurlijk!
Ik ging schrijfcursussen volgen. Het gaf mij
enorm veel plezier.
Leuk, om al die gezichtspunten van medecursisten
te lezen. Leerzaam en interessant om hun verhalen te horen.
Thuis ging inmiddels het schrijven ook gewoon
door.
Resultaat? Er ligt nu van alles te wachten
achter de deurtjes : gedichten, sprookjes, verhalen en columns. Het ligt er maar
te liggen.
Later kwamen er 2 kleinkinderen
Toen ze klein waren logeerden ze dikwijls bij
ons.
En het was altijd een waar feest als ze met hun
volle tasjes aan kwamen lopen.
Het gaf ons, evenals onze eigen kinderen deden,
levensvulling en vreugde.
Nu zijn de kleinkinderen ook al weer groot.
Gelukkig komen ze allemaal dikwijls langs. Dan is even weer alles zoals
vroeger.
Maar zij gaan ook hun eigen weg. Precies zoals
het hoort en altijd is geweest.
Wij zijn inmiddels opgeschoven naar de leeftijd
van de senioren.
Het valt niet te ontkennen: wij zijn de ouderen
van nu.
En eigenlijk ontstaat nu nog meer de
dringende vraag: hoe nu verder?
Hoe ga ik mijn leven nu verder vorm geven?
Wat zijn mijn mogelijkheden in mijn situatie?
Waar gaat mijn interesse naar uit?
Wat geeft mij levensvervulling?
Ik ben altijd al onder de indruk van mensen die
een hobby hebben.
Of het nu handwerken, wandelen, fietsen,
sporten, lezen, oppassen of iets anders is. Het maakt niet uit wat het is, zij
gaan ergens voor.
En toen pas realiseerde ik mij dat ik meer met
schrijven kon gaan doen.
Dat veel mensen mij dat zelfs in het verleden
hadden aangeraden.
En zo is dit blog ontstaan. Anders gezegd: zo
is dit blog geboren.
Al blijft het voor mij een hele onderneming,
omdat ik het ook als griezelig
ervaar.
Het is steeds weer een uitdaging om ordening in
mijn gedachtestroom aan te brengen. Het verrassende is dat die ordening al
schrijvend ontstaat.
Soms lijkt het alsof ik alleen maar achter mijn pen hoef aan te gaan.
Als toeschouwster kijk naar mijn eigen schrijven.
Alleen maar hoef te volgen, mee met de stroom.
vrijdag 20 september 2013
Van vóór de oorlog
Het was een gevleugelde uitdrukking in mijn
kinderjaren: dit is nog van
vóór de oorlog
Het is nu inmiddels 73 jaar geleden dat de 2e wereldoorlog uitbrak.
Als ik aan mijn blog wil schrijven rol ik mijn leven uit als een kleed
vóór de oorlog
Het is nu inmiddels 73 jaar geleden dat de 2e wereldoorlog uitbrak.
De eerste jaren na die oorlog, stond alles van
vóór die oorlog, voor kwaliteit.
Ik ben van 1939 dus nog net van vóór de oorlog.
Waarmee ik maar zeggen wil…
Alles werd gerelateerd aan de oorlog.
Als je een ei bakte met 2 dooiers was hij vast
van vóór de oorlog.
Als ik aan mijn blog wil schrijven rol ik mijn leven uit als een kleed
Mijn hele leven ligt dan voor mij uitgestald.
Een bonte mengeling van gebeurtenissen
als een veelkleurig palet.
Er is heel veel waarover ik schrijven kan. De
vraag is iedere keer waarover ga ik schrijven? Waarover ga ik vandaag
schrijven?
Ik denk dat ik het ga doen over het ouder
worden want dat overkomt gelukkig veel mensen! Hoe is het om senior te zijn?
Ik zie het als een nieuw tijdperk in mijn
leven. Zoals er al meerdere tijdperken in mijn leven zijn geweest.
Een nieuw tijdperk waarin ik een heroverweging
wil maken hoe ik verder kan en wil met mijn leven van nu.
Vroeger zo’n dertig jaar geleden kwam een
oudere man wel eens bij ons koffie drinken. Het gebeurde vaak dat hij dan zei:
“als je oud bent heb je geen toekomst meer”
Ik wist nooit goed wat ik er op moest zeggen
want ik was veel jonger.
Bovendien wist ik niet hoe dit voelde. Nog
minder, hoe hij dat voelde.
Ik vond het erg deprimerend klinken. Hij keek
er best treurig bij.
En nu ben ik zelf al weer zo oud en vraag mij
af of senior zijn mijn levensgevoel veranderd.
Mijn rugzak is wat zwaarder geworden.
Er zitten inmiddels wat meer ervaringen,
mislukkingen, teleurstellingen etc. in dan vroeger.
Maar hij is nog steeds goed tilbaar.
Mijn lichaam is wat ouder en wat krakkemikkig,
dat is merkbaar.
En ik heb nog evenals vroeger wel eens een
sombere dag waarop ik denk:
waar is het allemaal goed voor. Wat is de zin
van dit alles?
Maar ervaring leerde mij dat deze sombere dag
voorbijgaat en het morgen weer heel anders kan zijn. En meestal is dat ook zo.
O ja, ik zie er wat ouder uit dan 30 jaar
geleden en mijn omgeving ziet dat.
Zelf zie ik het allen maar als ik in de spiegel
kijk.
Ik zie dan hier en daar een rimpeltje. Nou en.
Ik mag hopen dat het vriendelijke rimpels zijn!
En verder wist ik altijd al dat mijn toekomst
ongewis is. Dat ieder dag de laatste kan zijn. Wat dat betreft is er niets
veranderd en geldt dit voor iedereen.
Misschien ben ik door de tijd heen mezelf wat
beter gaan kennen.
Hierdoor begrijp ik mezelf wellicht wat beter,
voel ik mij daardoor wat meer thuis bij mezelf. Dat is dan louter winst!
Nu rest mij nog na te denken hoe ik met dit
tijdperk van mijn leven kan en wil omgaan.
Een heroverweging dus!
Wordt
vervolgd
dinsdag 30 juli 2013
Van protocollen en een rode kaart
De jaarwisseling van 2007 komt steeds
dichterbij.
We zijn door een bestaande vriendengroep, die
wij zijdelings kennen, voor het eerst
uitgenodigd dit jaar samen met hen de jaarwisseling te vieren.
Ik vooral heb er veel zin in. Leuk om eens op
een andere manier de jaarwisseling mee te maken.
We moeten er wel voor naar Drente maar dat doen
we wel even.
Het is de avond van 27 december.
Gijs en ik spelen aan tafel een spelletje
rummicub.
De winteravonden zijn lang en echt fervente
televisiekijkers zijn we niet.
De gordijnen zijn dicht getrokken. De
kamertemperatuur is behaaglijk warm.
Kortom een ouderwetse winteravond!
Ik heb last van mijn rug de laatste tijd. Ook
nu. Geen aandacht aan besteden zeg ik in mijzelf.
Gewoon wachten tot het weer overgaat.
Maar het gaat niet over. Het blijft maar duren.
Het wordt alleen maar erger.
Toch maar even zeggen tegen Gijs?.
“Ik heb
pijn in mijn rug, die steeds erger wordt” zeg ik.
Het zou toch geen hartinfarct zijn, flitst het door mij heen.
Hij kijkt mij vragend aan: ”Is het erg”.
Ik knik: “best wel”.
We dubben. Want wat gaan we doen?
“Nog maar even aanzien. Het zal toch wel gaan
afzakken?” zeg ik.
Helaas,
is dat niet het geval. Integendeel! Het
wordt steeds duidelijker dat we iets moeten doen.
De ambulance
bellen?
Gijs waagt een poging, maar de stem aan de lijn
heeft allerlei adviezen die geen hout snijden.
Inmiddels lijkt het best urgent te worden. De
pijn wordt nu heel heftig.
We worden onrustig en zenuwachtig.
Uiteindelijk besluiten we dan maar zelf naar de
dokterspost te rijden.
Daar zullen ze wel klaar staan en mij opvangen!
We moeten aanbellen want de deur is gesloten.
Een medewerker komt aanlopen en opent de deur.
“Heeft u gebeld?”: Nee, dat hebben wij niet.
“Waar komt u voor?”
“Ik heb erge pijn in mijn rug”.
“Maar u heeft niet eerst gebeld en dat moet. U
kunt hier niet zomaar, zonder vooraf te bellen, binnenlopen”.
“O, dat wisten we niet” zeg ik.
“Het protocol is dat u eerst belt. Gaat u daar
maar zitten tot u aan de beurt bent. Mensen die gebeld hebben gaan wel voor”.
Als makke schaapjes gaan wij zitten en kunnen
zien hoe het wel hoort.
Die mensen gedragen zich volgens de regels van
het protocol en hebben dus vooraf gebeld. We kijken onze ogen uit!
Inmiddels
komt de desbetreffende man uit een kamertje.
Hij loopt naar ons toe. In zijn hand heeft hij
twee rode kaarten, waarmee hij zwaaiend naar ons toe komt lopen.
Twee rode kaarten, voor ieder van ons één.
Hierop staan de regels van het protocol, zodat
wij het nooit meer vergeten of verkeerd zullen doen. Alsof ik hier morgen weer
wil zitten!
Wat er op die rode kaart staat hebben wij nooit
gelezen. Die is bij het vuil terechtgekomen.
Ik heb nog altijd spijt dat ik hem voor zijn
ogen niet heb verscheurd!
We zitten inmiddels al een uur te wachten!
De pijn golft nu door mij heen en is
ondragelijk.
Vanuit mijn rug trekt het nu ook door mijn
linkerarm naar mijn hand.
Ik kan niet meer zitten. De pijn probeer ik op
te vangen door heen en weer te lopen.
Als ik de man weer zie, loop ik zo goed en
kwaad als het gaat naar hem toe en zeg: “ik heb echt heel erge pijn hoor”.
“U heeft een wandelende nier “ zegt hij
terloops en weg is hij. Ik heb het nakijken.
Ik weet niet waar ik het zoeken moet!
Verbijsterd ben ik. Ten einde raad.
Is die man gek? Waar ziet hij mij voor aan?
Wanhopig blijf ik, krom van de pijn, heen en
weer lopen.
Eindelijk, na nog een kwartier wachten wordt
het ons vergund dat wij naar de dokter mogen.
De man loopt, met statige passen, voor ons uit
naar de artsenkamer.
Hij levert ons voldaan af bij de spreekkamer.
Zijn “werk” zit erop!
De arts neemt de bloeddruk op. Luistert naar
mijn hartslag.
Hij hoeft hij niet na lang na te denken. “U
heeft een hartinfarct”, zegt hij.
Ik hoor het wel, maar de woorden komen van heel
ver.
Hij geeft een tabletje voor onder mijn tong.
Hij spuit wat vloeistof in mijn mond
Misschien bracht dat wat verlichting.
Wat verder volgt gaat allemaal razendsnel.
Er wordt een brancard binnen gereden waar ik
word opgelegd.
Ik ben nu ook gaan overgeven.
Als ik klaar lig voor vervoer met de ambulance
komt de man nog even binnenlopen. “Het klopt niet” zegt hij aan mijn bed.
Een briljante opmerking!
Ik doe er het zwijgen toe. Te moe, te ziek en
te verward om te kunnen zeggen dat ik daar zelf al veel eerder achter was.
Het tabletje werkt: ik lig voor pampus. Kan
niets meer zeggen.
In de ambulance, op weg naar het ziekenhuis,
voel ik mij wegglijden.
En het voelt goed: zo onuitsprekelijk goed, en
vredig.
Ik wil meegaan. Erin wegzinken. Die volkomen
goedheid en vredige stilte nooit meer loslaten.
Helaas, de ambulancebroeder denkt er anders
over.
De hele rit blijft hij mij bestoken met vragen,
waarop hij antwoord verwacht.
Het irriteert mij mateloos, terwijl ik wil
roepen: laat mij toch gaan!
Laat mij met rust.
Maar ieder woord kost mij enorm veel inspanning
en moet ik bevechten.
Tenslotte zijn wij bij het ziekenhuis
aangekomen.
Gijs komt met de auto er achteraan wordt mij
verteld. Hij kan er zo zijn.
Een team van artsen en verplegers staat klaar
om mij te gaan dotteren.
Het lijkt alsof het allemaal in de verte
gebeurd. Alsof mijn bril beslagen is.
Gijs is nu gelukkig ook binnen gekomen. Het
dotteren kan beginnen.
Wat en hoe dit gebeurde? Alles wat ik er mij
nog van herinner, zijn flarden.
Na het dotteren hoor ik dat er eerder al wat
kleinere infarcten waren.
En dit klopt weet ik.
Nog steeds ben ik dankbaar hoe ik werd
opgevangen. Verbaasd, dat een heel ziekenhuisteam mij opwachtte. Klaar voor mij
stond.
En, hoe zorgzaam en attent zij hun werk deden.
Zo
kan het dus ook!
vrijdag 1 maart 2013
Vindt ze dit misschien leuk?
Het is een uitgelezen zomerdag. Het zonnetje
schijnt en de temperatuur is precies zoals je het wenst.
Is er een mooier moment om met dochterlief
Judith, en kleindochter laura naar het stadshart te lopen. Ik heb echt iets
nieuws nodig!
De afstand naar de winkels is net een mooie wandeling is.
Als we gezellig keuvelend door de winkelstraat
lopen stop ik en stel voor: “Zullen we hier even binnen kijken?
Als we binnenstappen komt er meteen een mevrouw
naar ons toe lopen.
Ze vraagt aan Judith: “kan ik u soms ergens mee
helpen”?
Een beetje overrompeld kijken we elkaar aan,
zoveel haast is er nu ook weer niet bij.
We kunnen best zelf eerst even rondkijken, maar
dat is niet de bedoeling en staat blijkbaar niet in het protocol van deze
winkel.
Judith kijkt mij afwachtend aan.
“Misschien kunt u mij helpen” zeg ik en loop
iets naar voren.
“Ik zoek iets voor een feestelijke
gelegenheid”.
“Ja hoor. Ik denk wel dat wij wel iets voor
haar hebben” zegt de verkoopster, glimlachend naar Judith.
“Loopt u maar even met mij mee! Welke maat
heeft zij?”
Judith kijkt mij wanhopig vragend aan. Ik zie
haar denken, tot ze zegt: “vraag het haar zelf!
Opgelucht haal ik adem. Gelukkig, nu zal ze wel
begrijpen dat ik aanwezig ben.
Als illustratie ben ik vooruit naar het rek
gelopen waar mijn maat hangt.
Ik ben niet helemaal van lotje getikt, mokt het
in mij.
“O u heeft het al gevonden? Haar stem schalt
verwonderd door de winkel, terwijl ze mij bemoedigend aankijkt!
Wat gebeurt hier vraag ik verwonderd af. Zie ik
er werkelijk zo uit dat ik niet voor mezelf kan zorgen? Mijn woordje niet meer
kan doen?
Ik voel vertwijfeling en onmacht, maar ook heel
veel boosheid
Ik kijk naar de verkoopster, terwijl ik mij
afvraag hoe het komt dat zij zich zo opstelt.
Benaderd zij alle oudere mensen zo, of alleen
mij? Hoe kijkt zij tegen het ouder
worden aan?
Bij het kledingrek staat een spiegel. Bevreemd
kijk ik naar mijn spiegelbeeld.
Wat is er met mij aan de hand dat ik ineens
niet meer volwaardig blijk te zijn? Waardoor komt het dat over mijn hoofd heen
alles geregeld moet worden?
De verkoopster praat ongedwongen, alsof ik niet
besta, met Judith verder.
Ze heeft het over de crisis, over de service
die ze zelfs nu gewoon blijven leveren.
Ik zie dat Judith zich inmiddels vertwijfeld
afvraagt of er nog iets te redden valt aan de situatie?
Kleindochter Laura staat geduldig te wachten.
Ze kijkt vragend en verwonderd van de één naar de ander.
Het liefst zou ik de verkoopster tot de orde
roepen. Hoe doe je zoiets?
Ik ben totaal verbijsterd door de
vanzelfsprekendheid waarmee zij te werk gaat, en zo geheel ter goeder trouw is,
lijkt het.
Bovendien ben ik keurig en beleefd opgevoed!
Zij komt naar het kledingrek lopen. “U heeft
maat 38?”
De verkoopster wendt zich, vol ongeloof, naar
mij toe.
Ik trek een pakje, dat mij leuk lijkt, uit het
rek. Waar is de paskamer?
O daar, ik zie het al. Dit alles in volkomen
stilzwijgen.
Dochter en kleindochter lopen meelevend met mij
mee.
Het leek ons zo gezellig om met zijn drieën te
winkelen! Ik was zo blij dat ze meegingen om iets uit te zoeken.
De verkoopster loopt ook mee naar de paskamer.
Even later kom ik tevoorschijn in mijn nieuwe
outfit. “Hoe staat dit?” Ik kijk naar Judith en Laura.
“Het staat je leuk, en je bent er heel slank
in!” Ze zijn het helemaal eens met elkaar.
Zo, hier kan ik het even mee doen. Dit
opkikkertje is meer dan welkom!
Wat voor bloesje staat er bij?
Nog voor ik mijn vraag kan stellen komt de
verkoopster al met een bloesje aanlopen.
“Zou ze dit misschien leuk vinden”? Ze kijkt
vragend naar de anderen.
Ik hef mijn handen hulpeloos ten hemel, en doe
er tenslotte, onwillig berustend, het zwijgen maar toe.
Het bloesje dat ze heeft gehaald vind ik
helemaal niet mooi.
Het past van geen kant, en staat ook niet. En,
al zou ik het mooi vinden dan zou ik het nog niet nemen!
“Willen jullie even iets uitzoeken?” Mijn vraag
is gericht aan Judith en Laura. Zij kennen mijn smaak, weten feilloos wat ik
mooi vind.
Ik wacht in de paskamer. Dom om niet gelijk een
bloesje uit te zoeken!
Zou er toch iets met mij loos zijn? Ik kan toch
ook, evenals ieder ander, dement worden?
Als ze met twee bloesje aan komen lopen, ben ik
blij verrast, helemaal in de roos!
De verkoopster valt stil bij zoveel eigen inbreng.
Tot grote opluchting van ons drieën.
As ik de bloesjes heb gepast, maak ik mijn
keuze.
Ondanks de perikelen erom heen ben ik heel goed
geslaagd. Op naar het feest!
Even later pin ik de betaling. Judith en Laura
wachten al bij de uitgang.
De verkoopster loopt mee.
Bij de deur zegt ze tegen Judith en Laura:“fijn
hé, dat ze is geslaagd!”
Buiten gekomen ontplof ik bijna!
Ik ben mij aan het beraden hoe ik dit een
volgende keer kan oplossen.
Zo
wil ik niet meer benaderd worden. Zo kun je niemand benaderen!
woensdag 20 februari 2013
Niemand begrijpt mij
Nu ik dit boven mijn eerste blog zet, komen meteen mijn eigen vragen aangerend.
Want wat bedoel ik met begrijpen? Wat wil ik,
een ander begrijpen of begrepen worden? En, begrijp ik mezelf wel?
Jaren geleden ging ik regelmatig een oude dame
bezoeken in een zorgcentrum.
Ze had een schare kinderen, de meeste van hen
kwamen regelmatig op bezoek.
Omwonenden keken soms met jaloerse blikken als
één van die kinderen weer door de lange gang liep.
Op een middag toen ik haar bezocht kwam de
jongste dochter even een kijkje bij haar moeder nemen.
Ze schoof een stoel bij en ging, gezellig
pratend, naast haar moeder zitten.
Haar moeder viel een beetje stil tijdens het
gepraat en keek van mij naar haar dochter, met een blik van: nou het zal
allemaal wel.
Toen het gesprek even stokte ging ze verzitten
en zei, zonder enige aanleiding: “niemand begrijpt mij”.
De dochter
keek verwonderd, slikte en zei even later: “ik begrijp u pas als ik zelf
oud ben”.
Alsof er niets gezegd was kabbelde het gesprek
verder over koetjes en kalfjes.
Toch was er iets veranderd. Ik voelde een oude
eenzaamheid en machteloosheid, hetzelfde gevoel dat ik vaak had toen mijn eigen
moeder oud was.
Ik keek naar de kleine vrouw in de grote stoel,
naar haar vriendelijk gezichtje dat iedere keer smaller keek en naar haren die
al maar grijzer werden.
En ik vroeg mezelf af: “begrijp ik haar?”
Ik wist hoe flink en hoe ondernemend zij in
vroeger jaren was, hoe sterk zij was geweest toen zij er alleen voor stond
omdat haar man op jonge leeftijd stierf.
Kon ik, kon haar dochter begrijpen wat
haar bezig hield?
Later, toen ik weer thuis was, bleef die ene
opmerking van haar door mijn hoofd drenzen, met mijn eigen vraag: begrijp ik
haar?
De tijd verstreek, die opmerking reisde met mij
mee de jaren door.
De oude dame is sinds jaren overleden.
We zijn 25 jaar verder en ik hoor nu zelf bij
de senioren, mijn grijze haren heb ik tot nu toe een kleurtje gegeven maar dat
verhult niet dat de jaren gaan tellen.
Nog heel dikwijls denk ik terug aan die oude
dame, zij was een vriendin van mijn moeder, zij heeft een grote invloed op mijn leven gehad.
De laatste jaren van haar leven zakte zij
steeds meer weg in een isolement van diepe eenzaamheid.
De pogingen, vooral van haar jongste dochter
haar moeder bij het leven betrokken te houden, richtten niets uit, tenslotte
verliet zij leven door niet meer te ontwaken uit haar slaap.
Ik bezocht haar tot aan het einde van haar
leven.
Zij sprak heel weinig, soms even kwam er een
lichte glimlach om haar mond bij mijn binnenkomst, daarna draaide zij haar
hoofd naar het grote raam en tuurde naar buiten.
Ik ging naast haar zitten en keek met haar mee
naar buiten.
Een maand geleden liep ik onverwacht haar
jongste dochter in het stadscentrum tegen het lijf.
Ze verhuisde jaren geleden naar het noorden van
het land.
Verheugd dat we elkaar zagen besloten wij samen
wat te gaan drinken, “kunnen we even wat bijpraten” stelde ze voor.
Vanzelfsprekend kwam vroeger te sprake, onze
jeugdjaren, onze ouders en de families.
Opeens vroeg zij: ”weet jij nog van die keer
dat wij samen op bezoek waren bij mijn moeder, dat mama tegen mij zei dat
niemand haar begreep?”
Ik knikte, dat wist ik zeker nog.
“Ik denk er nog best vaak aan terug” ging ze
verder, “en vraag mij dan af waarom
ik er
niet over heb doorgepraat, of
verder naar vroeg.
Achteraf denk ik, dat haar openheid en
kwetsbaarheid mij onzeker maakten en overrompelde, het was heel ongewoon en
nieuw dat mijn moeder iets losliet over
haar gevoel.
Het blijft voelen als een gemiste kans, alsof
ik haar in de kou liet staan”.
Zij keek mij hulpeloos en verdrietig aan.
“Het blijft voelen als een gemiste kans”.
“Ik weet het ook nog, als de dag van gisteren”
antwoordde ik. “ het overviel mij ook”.
Of je het anders had moeten doen en of dat
beter zou zijn geweest weet ik niet.
Vaak hebben dingen hun eigen loop en gaan ze
zoals ze gaan”.
Ik zag haar weer slikken zoals toen en zei: ”wat ik wel
weet is dat je moeder je toewijding en zorg begrepen heeft, dat heeft ze meer dan eens gezegd.”
Haar gezicht klaarde op. Zij keek mij blij aan
en zei: “dit zijn precies de woorden die ik nodig heb”.
Veel later namen we afscheid: bijgepraat en
blij omdat we elkaar zomaar weer tegenkwamen.
Ik loop nu rond met een onverwachte afspraak in
mijn agenda. Volgende maand ga ik naar Groningen om haar te bezoeken. Leuk!
Abonneren op:
Posts (Atom)