Posts tonen met het label Nu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nu. Alle posts tonen

donderdag 21 november 2013

Overstap

Kijk ook eens op mijn eigen domeinnaam www.meeopdewind.nl
Binnenkort is dit mijn nieuwe adres.

donderdag 7 november 2013

't Zijn de kleine dingen die het doen

Terug  van  weggeweest.
Zelfs  lientje  de  poes  was  blij  dat  ik  er  weer  was!
En  dat  wil  wat  zeggen  want  lientje  is  altijd  boos  op  mij
als  ik langer  dan  een dag  ben weggeweest.
Zij  verwaardigt  mij  dan met  geen  blik  meer  als  ik  binnenstap.
En  als  ik  mij  installeer  voor  een  heerlijk  kopje  koffie
gaat  zij  goed  zichtbaar, demonstratief  met  haar  rug  naar  mij  toe zitten.
En  lieve  broodjes  bakken  is  er  niet  bij.  Zij  houdt  voet  bij  stuk.
Ik  moet  het  mij  maar  eens  goed realiseren  waar  ik  mee bezig  ben.
Niet  dat  gemakkelijk  wegwuiven!
Nee,  zij  is  zeer  ontstemd  over  mijn  gedrag, dat  moge  duidelijk zijn.
Gelukkig  draait  zij  na  een  nachtje  slapen  weer  bij.
Wat  dat  betreft: net  een  mens!
Echter, hoe anders  was  het  nu. 
Meteen  een  luid  gespin  toen  ik  haar  oppakte.
En  zo  dicht  mogelijk  bij  mij  willen  zijn,  mij  steeds  maar   aankijkend.
Het  klinkt  misschien  gek  maar  het  voelde  nu  meer  als  thuiskomen  dan  anders!

Vorige week  was  ik getuige  van  een  mooi  schouwspel.  Ik  zat  in  de tram,'s avonds.
Bij  een  halte  stapte  een man  van  middelbare  leeftijd  in.
Hij  had  een  heel  vriendelijke  uitstraling.
Toen  hij  ging  zitten  zag  ik  dat zijn  blik  op  een  al  wat  oudere  dame  viel  die  tegenover  hem  zat,  naast  een  partner.
De  dame  in  kwestie  voelde  het  en  zij  keken  elkaar  even  aan.
De  man  kon  zijn  ogen  de  hele  verdere  rit  niet van  die  dame  afhouden.
Hij wilde  niet  kijken  en  probeerde  het  met  zijn  wil,  maar  zijn  ogen  moesten  steeds  weer  naar  haar  toe.
De  oudere  vrouw  voelde  wat  er  gebeurde  en  keek  vriendelijk  voor  zich uit.
Het  was  duidelijk  dat  zij  niet  goed raad  wist  met  de situatie.
Ik  zag  alles  gebeuren  en  vroeg  mij  verwonderd  af  wat  er  nu  eigenlijk  plaats  vond  tussen  die  twee  mensen.
Zij, een  toch  veel oudere  dame  dan  hij,  een  man  van rond  de vijftig.
De  rit  duurde  best  wel  een  poosje.
Af  en  toe  ontmoetten  hun  ogen elkaar  weer  en allebei keken  zij  dan  snel
snel  een  andere  kant  uit.  
Uiteindelijk  was  de  tram  bij  de  halte  waar  de  man  eruit  moest.
Hij  durfde,  aan  het  einde  van  de rit,  de  oudere  vrouw  vriendelijk  te  groeten.  Zij gaf  hem  haar  liefste  glimlach, waarop  de  man  stralend  en  blij  uitstapte.
Het  was  van  zo'n  pure  eenvoud  wat  er  gebeurde  tussen  deze twee  mensen dat  het  mij  raakte.
Twee  mensen  die elkaar  niet  kenden  en  terloops  op  een  diep  niveau  even  als  voorbijgangers   verbonden   waren. 
Alsof  zij  elkaar  herkenden van  lang  geleden  en  dit  even  uitwisselden.
Hoe  mooi!

Er  gebeuren,  als  je  oplettend  in  het  leven  staat,  veel mooie  dingen  om  ons  heen.
De  kunst  is  genoeg  rust  in  mijn  leven  te  creëren zodat  zij 
binnen  kunnen  komen.  Genoeg  rust  en  tijd  nemen  om  ze  te  signaleren.
Het  zijn de  kleine  dingen  die  het  doen!
De  kleine  dingen  van alledag.

donderdag 31 oktober 2013

Hypermodern

Ik  ben  deze  week  in  Zeeland  als  mantelverzorger  bij een  familielid.
Het  leven  heeft  veel  leermomenten.
Er  valt  altijd  wel  iets  te   leren  ook  als  je  ouder  wordt.
Omdat  ik  vorige  week  mijn  schrijfsel lang  genoeg  vond  heb ik  een  stukje  weg
gelaten  wat  er  eigenlijk  bij  hoorde. 
Ik  wil  het  alsnog  plaatsen  omdat  het  er  nu  eenmaal  voor  geschreven  is. 
En  het  komt  prima  uit  omdat  ik  deze  week  niet  aan  schrijven  toekom.
Bovendien  vang  ik  zo  2  vliegen  in  één  klap.
Ik  ben  een  blog  begonnen  om  over  alles  wat  ik  zie  en  wat  mij  ter  harte  gaat
te  kunnen  schrijven.
En  dierenleed  gaat  mij  ter  harte  omdat  dieren  van  ons afhankelijk  zijn.
Wij  voor  hen  verantwoordelijkheid  dragen.
   
Een  poosje  geleden  was  er  een  open  dag  in  mijn  omgeving.
Er  waren  allerlei  bedrijven  die  hun  deuren  wijd  open  zetten  voor  het   publiek.
Ik  ging  er  op  af.
Zo  kwam  ik  terecht  bij  een  hypermoderne  veehouderij.
De  veehouder  vertelde  trots  aan  ieder  die  het  horen  wilde  hoe  goed  de  dieren  wel  niet  werden  verzorgd.
Het  voorbeeld  was  voor  handen.  Hij  wees  naar  een  varken.
Het  dier  lag  op  een  houten  vlonder  in  een  klein  hok,  meer  een  hoge  houten  kooi.
Het  moest  jongen  krijgen  en  had  alleen  maar  ruimte  om  stil  te  blijven  liggen.
Het  varken  werd  iedere  dag  getemperatuurd  en  zodra  het  maar  iets  verhoging 
had  kreeg  het   antibiotica.
Kan  het  wranger  vraag  ik  mij  af.
Ik  kreeg  hetzelfde  gevoel  van  vroeger  uit  mijn  kindertijd:  het  ging  weer  mijn 
begrip  te  boven.
Ik  ben  even  naar  buiten  gelopen  om  de frisse  lucht  in te  ademen.

Ik  vind  dat  zo'n  varken  een  vreselijk  leven  heeft.
Het  varken  uit  mijn  kinderjaren  had  in  ieder  geval  een  veel  beter  leven!
Het  had  genoeg  levensruimte.  En  dat  heeft  ieder  wezen  nodig!




maandag 21 oktober 2013

Beter doen

Ouders van nu voeden hun kinderen anders op dan wij het deden.
Onze kleinkinderen zijn anders groot gebracht dan onze kinderen.
Boeiend om naar te kijken.
Mijn moeder zei vaak als er weer een stel trouwde in haar omgeving:
 "zo daar gaat weer een beter doener".
Ik zag dan een milde, licht ironische glimlach om haar mond.
Ik begreep dat zij dan dacht dan aan het opvoeden van kinderen.
Ik heb nog vaak aan die opmerking gedacht.
Ook toen ik zelf kinderen had en probeerde ze wat dingen mee te geven.
Als die dan anders waren dan mijn moeder mij leerde kon die zin boven water komen.
Ik zag hoe de geschiedenis zich ook bij mij herhaalde en dat mijn moeder
wist hoe de vork in de steel zat.
Dat iedere generatie het beter wil doen is een mooi streven.
En dat blijft een mooi streven, maar alle inzet ten spijt loopt het meestal uit op een een vergissing.
Want, op de keper beschouwd loopt iedere ouder, trouwens zij niet alleen,
maar ieder die het beter wil doen, tegen hetzelfde aan.
Want wat blijkt? Het is meestal niet beter, wellicht anders.
Ook de kinderen van nu zullen later trachten het beter te doen omdat zij verwachten dat het beter kan.
Ook zij zullen zoeken naar het beste voor hun kinderen.                                
Ik vraag mij af waar het door komt en waar het vandaan komt, dat verlangen in ons naar het betere, het beste.
Is het heimwee, het verlangen in ons naar het betere, een verlangen naar het verloren paradijs?

Ik heb lang gepiekerd over wat ik allemaal anders had moeten doen. Beter!
Het woog heel zwaar voor mij want ik moest het goed hebben gedaan.
Ik maakte mezelf daardoor  heel belangrijk, het hing allemaal van mij af en
dat maakte het zwaarder dan nodig is.
Sinds ik het accepteer, en weet en begrijp dat ik het gedaan heb zoals              ik het op dat moment kon, met de mogelijkheden en de inzichten die ik        toen had, verdween die kramp.
En dat luchtte enorm op!
Ik sta daardoor speelser en meer ontspannen in het leven.
De kramp dat ik alles perfect moet en dat het van mij afhangt is voorbij.

Daarmee is niet het verlangen naar het verloren paradijs verdwenen.
Dat verlangen blijft en koester ik.



  

vrijdag 4 oktober 2013

Goede vraag

Een paar jaar geleden heb ik, samen met andere mensen, een schrijfgroepje in het leven geroepen.
We zijn nu met 9 dames die schrijven voor hun plezier!
Er was in het begin één man bij, maar die is er mee opgehouden zodat we nu  nog met alleen dames zijn.
We komen één keer in de veertien dagen, met veel plezier, bijeen.
Gewapend met pen en papier gaan we blijmoedig het schrijfpad op.
We schrijven naar aanleiding van een opdracht. Dat kan van alles zijn.
We oefenen met allerlei dichtvormen. Korte verhalen, smartlappen ook wel levensliederen genoemd. Maar ook sprookjes, krantenartikelen etc.
Alles wat ik eerder leerde op mijn schrijfcursussen komt nu weer van pas.
En, zo worden wij langzamerhand allround schrijvers!
Het leuke is dat iedereen er achter komt dat er altijd wel iets te vertellen valt.
Het kan zo gek niet gaan of er komt bij allemaal toch altijd weer iets tevoorschijn over een bepaald onderwerp.
Leuke dingen, nare dingen, alles dient zich aan en is welkom!
Omdat we elkaar niet de maat nemen met kritiek. Elkaar niet beoordelen, voelen we ons vrij.
Alles mag er zijn en naar voren komen.
En daardoor ontstaat er een prachtig creatief proces.
We hebben 2 schrijfronden. Na iedere ronde lezen we ons werk voor.

Een poosje geleden vroeg één van de dames mij: “ wat is er nu zo leuk aan een blog?”
Mijn antwoord: “ik kan mijn ei kwijt. En ik schrijf gewoon graag”
Hij bleef echter door mijn hoofd zoemen, die vraag. Bracht mij aan het denken.
Een blog vraagt veel meer tijd dan ik verwachtte.
Er moet iedere keer weer stof zijn en inspiratie om te schrijven.
Bij nader inzien rijst ook de vraag “krijg ik voet aan de grond in bloggerland?
Er is zo ontzettend veel aanbod. Het lijkt wel, misschien is het ook wel zo,
dat er meer schrijvers dan lezers zijn.
Is er wel een plekje voor mij in dat grote leger van schrijvende medeburgers?
Zal mijn lezersaantal zich nog wat gaan uitbreiden?
Ik heb geduld en neem er de tijd voor, want dat kost tijd. Hopelijk is er tijd genoeg!
Ik wil het overlaten aan de stroom van het leven. Althans dat ga ik proberen.
Ik ga ook mijn ego maar eens toespreken dat zij zich terug trekt en mij met rust laat!
Dat ego moet inmiddels zijn/haar plaat maar eens weten.
En zo niet? Dan wijs ik de plaats wel aan!
Ik wil alleen maar blijven schrijven zo lang het mij vreugde geeft.
Omdat ik er zelf zo van geniet. Dit is ook de voornaamste reden dat ik eraan ben begonnen. 
Als dat niet meer zo is, stop ik ermee. Hoe eenvoudig kan het zijn!
Natuurlijk vind ik het ook heel fijn als mensen mijn blog kunnen waarderen en graag lezen.
Dat is de andere reden om te blijven schrijven.

Die vraag maakte dus veel meer los en riep veel meer op dan ik op het eerste moment dacht.
Het schrijven erover geeft mij duidelijkheid en het voelt goed voor mij om dit te delen met mijn lezers. 
Ik krijg nu ook respect voor columnschrijvers die al jaren trouw hun schrijfstukjes
op tijd inleveren bij de redactie van een krant.
Iedere keer weer een onderwerp moeten vinden om over te schrijven lijkt mij niet gemakkelijk.
En soms levert hen dat  nog veel kritiek op ook.
Dat zullen ze wel aankunnen anders zouden ze ermee ophouden, lijkt mij.
We leven in een vrij land met vrije meningsuiting en dat is een groot goed.
Gelukkig is die vrijheid er voor lezers en ook voor schrijvers!

maandag 30 september 2013

Ik schrijf het gewoon allemaal even voor je op

Regelmatig vraag ik mij af hoe de wereld er over een jaar of tien
uit zal zien.
En wat anders. Hoe zou mijn vader reageren als hij de wereld van nu zou zien.
Hij was van het jaar 1890 en heeft nog meegemaakt dat hij voor het eerst een vliegtuig zag rondvliegen.
Zelf weet ik bijvoorbeeld nog goed hoe vroeger het telefoonverkeer plaats vond.
Het was een hele onderneming om te bellen, want alles moest worden aangevraagd bij de centrale.
Je gaf het gewilde telefoonnummer bij de centrale op en een poosje later werd je teruggebeld.
Zij verbonden je dan door naar het aangevraagde nummer.
Wij hadden al heel vroeg een telefoon omdat mijn vader een bedrijf had.
Er waren verder nog maar weinig mensen die een telefoon hadden.
De wereld is nog nooit snel veranderd als de laatste honderd jaar, denk ik.
Ik heb tot nu toe geprobeerd het bij te benen. Maar langzamerhand ga ik de moed verliezen dat ik het ga redden.
Ik kan de veranderingen niet helemaal meer bijhouden.
En denk de laatste tijd een beetje fatalistisch : laat maar waaien. Ik heb mijn best gedaan!
Het heeft mij allemaal moeite genoeg gekost.
Mijn rijbewijs halen, daar begon eigenlijk alles mee. Die rijlessen wat vond ik het moeilijk! Het was echt een opgave voor mij.
Maar na een paar keer zakken heb ik het uiteindelijk toch gehaald.
En ik moet zeggen dat ik achteraf nog altijd blij ben dat ik heb doorgezet.
Ik tuf nu overal heen in mijn autootje.
Het voelt nog altijd als een weelde als ik instap.
Vooral als het waait en plenst van de regen, de ruitenwissers hun werk doen, tuf ik in mijn droge huisje naar mijn reisdoel.
Wat jaren later kwamen de computers. Wat waren die eerste computers groot en wat een ruimten namen ze in beslag.
Ze waren niet te vergelijken met de computers van nu. Maar luidden wel een nieuw tijdperk in: het computertijdperk.
Gelukkig ben ik wat jaren later ook weer achter de computer gekropen.
En, al was het weer een ware kwelling om het onder de knie te krijgen.
Het is mij toch gelukt!
Ben nu zelfs zover dat ik een paar blogs heb.
Maar nu hou ik het echt voor gezien! Ik begin nergens meer aan. Alle nieuwe apparaten kunnen het dak op. Ik geef er de brui aan!
O, dat is waar ook!
Ik kreeg een poosje geleden een tablet cadeau. Moet ik dat nu ook echt nog gaan leren?
Ik was blij toen ik hem kreeg. Totdat ik bedacht wat er allemaal aan vast zat.
Weer iets onder de knie krijgen!
En geloof mij maar. Er zal vandaag of morgen wel een kleinkind aankomen, die vrolijk zegt: “Kom op oma, je kunt het best. Je zit toch ook op de computer?
Niks moeilijk. Ik schrijf het gewoon allemaal wel even voor je op!”
Heel lief allemaal, dat moet gezegd!
Het zal er wel op uitdraaien dat ik ook op de tablet weer mijn wankele schreden
zal zetten
Ik kijk mijn ogen uit hoe jonge mensen alles doen.
Ze studeren, mailen, kijken tv, en intussen praten ze gezellig.
En dat dus allemaal op hetzelfde tijdstip!
Gelukkig heb ik een excuus, zodat mijn minderwaardigheidsgevoel niet al te hoog oplaait. Als senior mag het wel wat minder!
Het zal best wel goed zijn voor mijn ouder hoofd om bezig te blijven.
Maar dat hoofd heeft er onder de hand geen zin meer in zich zo in te spannen.
Het is aan rust toe!
Nou goed, die tablet dan nog. Maar daarna is het echt over en sluiten maar!

dinsdag 24 september 2013

Geboorte van een blog

In mijn vorige blog heb ik geschreven dat ik mijn leven onder de loep wil leggen om te zien wat ik verder wil.
Bij nader inzien heb ik dat al gedaan. Mijn blog is het resultaat.

Toen ik 51 jaar geleden met Gijs trouwde kreeg ik al gauw een prachtig, wit dagboek met slotje van hem. Een boekje om zelf in te gaan schrijven.
Dit is voor mij nog altijd het mooiste cadeau dat ik kreeg.
Het bleek precies in de roos te zijn, dat dagboekje.
Als ik met dat kleine sleuteltje, het dagboekje, sloot of opende had ik een speciaal gevoel. Een gevoel van, dit is nu helemaal van mezelf.
Hier draag ik de verantwoording over, en hierover heb ik zelf de regie.
Wat ik erin zet, ligt in mijn handen. Later, bleek dat ook weer niet helemaal waar.
Het gaf mij een gevoel van vrijheid! Alsof de wereld groter werd.
Er ontstond iets nieuws in mijn leven: schrijven.
Ik herinnerde mij weer hoe fijn ik het op school vond om opstellen te schrijven.
Raar eigenlijk dat er een impuls van buiten moest komen om te ontdekken dat ik schrijven zo leuk vond. En nog altijd vind.
Er zijn wel eens perioden geweest dat het schrijven op een laag pitje stond.
Echter, in de loop van de tijd viel ik er altijd weer op terug.

De kinderen die we kregen werden volwassen en gingen hun eigen pad.
Het werd leeg in huis.
We genoten altijd zo van de drukte en de gezelligheid die de kinderen ons brachten.
Vrienden en vriendinnen, alles kwam mee naar huis en bleef slapen.
Wat een gezellige rompslomp was dat toch allemaal!
Gelukkig was er altijd het dagboekje dat mij vriendelijk bleef aankijken.

Toen ik ook nog ophield met werken kreeg ik zeeën van tijd.
Hoe ging ik al die vrije tijd invullen?
En het lag eigenlijk zo voor de hand: met schrijven natuurlijk!
Ik ging schrijfcursussen volgen. Het gaf mij enorm veel plezier.
Leuk, om al die gezichtspunten van medecursisten te lezen. Leerzaam en interessant om hun verhalen te horen.
Thuis ging inmiddels het schrijven ook gewoon door. 
Resultaat? Er ligt nu van alles te wachten achter de deurtjes : gedichten, sprookjes, verhalen en columns. Het ligt er maar te liggen.

Later kwamen er 2 kleinkinderen
Toen ze klein waren logeerden ze dikwijls bij ons.
En het was altijd een waar feest als ze met hun volle tasjes aan kwamen lopen.
Het gaf ons, evenals onze eigen kinderen deden, levensvulling en vreugde.
Nu zijn de kleinkinderen ook al weer groot. Gelukkig komen ze allemaal dikwijls langs. Dan is even weer alles zoals vroeger.
Maar zij gaan ook hun eigen weg. Precies zoals het hoort en altijd is geweest.
Wij zijn inmiddels opgeschoven naar de leeftijd van de senioren.
Het valt niet te ontkennen: wij zijn de ouderen van nu.
En eigenlijk ontstaat nu nog meer de dringende vraag: hoe nu verder?
Hoe ga ik mijn leven nu verder vorm geven?
Wat zijn mijn mogelijkheden in mijn situatie? Waar gaat mijn interesse naar uit? 
Wat geeft mij levensvervulling?

Ik ben altijd al onder de indruk van mensen die een hobby hebben.
Of het nu handwerken, wandelen, fietsen, sporten, lezen, oppassen of iets anders is. Het maakt niet uit wat het is, zij gaan ergens voor.
En toen pas realiseerde ik mij dat ik meer met schrijven kon gaan doen.
Dat veel mensen mij dat zelfs in het verleden hadden aangeraden.
En zo is dit blog ontstaan. Anders gezegd: zo is dit blog geboren.
Al blijft het voor mij een hele onderneming, omdat ik het ook als  griezelig ervaar. 
Het is steeds weer een uitdaging om ordening in mijn gedachtestroom aan te brengen. Het verrassende is dat die ordening al schrijvend ontstaat.
Soms lijkt het alsof ik alleen maar achter mijn pen hoef aan te gaan.
Als toeschouwster kijk naar mijn eigen schrijven.
Alleen maar hoef te volgen, mee met de stroom. 

vrijdag 20 september 2013

Van vóór de oorlog

Het was een gevleugelde uitdrukking in mijn kinderjaren: dit is nog van 
vóór de oorlog
Het is nu inmiddels 73 jaar geleden dat de 2e wereldoorlog uitbrak.
De eerste jaren na die oorlog, stond alles van vóór die oorlog, voor kwaliteit.
Ik ben van 1939 dus nog net van vóór de oorlog. Waarmee ik maar zeggen wil…
Alles werd gerelateerd aan de oorlog.
Als je een ei bakte met 2 dooiers was hij vast van vóór de oorlog.

Als ik aan mijn blog wil schrijven rol ik mijn leven uit als een kleed
Mijn hele leven ligt dan voor mij uitgestald. Een bonte mengeling van  gebeurtenissen als een veelkleurig palet.
Er is heel veel waarover ik schrijven kan. De vraag is iedere keer waarover ga ik schrijven? Waarover ga ik vandaag schrijven?
Ik denk dat ik het ga doen over het ouder worden want dat overkomt gelukkig veel mensen! Hoe is het om senior te zijn?
Ik zie het als een nieuw tijdperk in mijn leven. Zoals er al meerdere tijdperken in mijn leven zijn geweest.
Een nieuw tijdperk waarin ik een heroverweging wil maken hoe ik verder kan en wil met mijn leven van nu.

Vroeger zo’n dertig jaar geleden kwam een oudere man wel eens bij ons koffie drinken. Het gebeurde vaak dat hij dan zei: “als je oud bent heb je geen toekomst meer”
Ik wist nooit goed wat ik er op moest zeggen want ik was veel jonger.
Bovendien wist ik niet hoe dit voelde. Nog minder, hoe hij dat voelde.
Ik vond het erg deprimerend klinken. Hij keek er best treurig bij.
En nu ben ik zelf al weer zo oud en vraag mij af of senior zijn mijn levensgevoel veranderd.
Mijn rugzak is wat zwaarder geworden.
Er zitten inmiddels wat meer ervaringen, mislukkingen, teleurstellingen etc. in dan vroeger.
Maar hij is nog steeds goed tilbaar.
Mijn lichaam is wat ouder en wat krakkemikkig, dat is merkbaar.
En ik heb nog evenals vroeger wel eens een sombere dag waarop ik denk:
waar is het allemaal goed voor. Wat is de zin van dit alles?
Maar ervaring leerde mij dat deze sombere dag voorbijgaat en het morgen weer heel anders kan zijn. En meestal is dat ook zo.
O ja, ik zie er wat ouder uit dan 30 jaar geleden en mijn omgeving ziet dat.
Zelf zie ik het allen maar als ik in de spiegel kijk.
Ik zie dan hier en daar een rimpeltje. Nou en. Ik mag hopen dat het vriendelijke rimpels zijn!
En verder wist ik altijd al dat mijn toekomst ongewis is. Dat ieder dag de laatste kan zijn. Wat dat betreft is er niets veranderd en geldt dit voor iedereen.
Misschien ben ik door de tijd heen mezelf wat beter gaan kennen.
Hierdoor begrijp ik mezelf wellicht wat beter, voel ik mij daardoor wat meer thuis bij mezelf. Dat is dan louter winst!
Nu rest mij nog na te denken hoe ik met dit tijdperk van mijn leven kan en wil omgaan.
Een heroverweging dus!

                                                                                            Wordt vervolgd

dinsdag 30 juli 2013

Van protocollen en een rode kaart

De jaarwisseling van 2007 komt steeds dichterbij.
We zijn door een bestaande vriendengroep, die wij zijdelings kennen,  voor het eerst uitgenodigd dit jaar samen met hen de jaarwisseling te vieren.
Ik vooral heb er veel zin in. Leuk om eens op een andere manier de jaarwisseling mee te maken.
We moeten er wel voor naar Drente maar dat doen we wel even.

Het is de avond van 27 december.
Gijs en ik spelen aan tafel een spelletje rummicub.
De winteravonden zijn lang en echt fervente televisiekijkers zijn we niet.
De gordijnen zijn dicht getrokken. De kamertemperatuur is behaaglijk warm.
Kortom een ouderwetse winteravond!
Ik heb last van mijn rug de laatste tijd. Ook nu. Geen aandacht aan besteden zeg ik in mijzelf.
Gewoon wachten tot het weer overgaat.
Maar het gaat niet over. Het blijft maar duren. Het wordt alleen maar erger.
Toch maar even zeggen tegen Gijs?.
 “Ik heb pijn in mijn rug, die steeds erger wordt” zeg ik.
Het zou toch geen hartinfarct zijn, flitst het door mij heen.
Hij kijkt mij vragend aan: ”Is het erg”. 
Ik knik: “best wel”.
We dubben. Want wat gaan we doen?
“Nog maar even aanzien. Het zal toch wel gaan afzakken?” zeg ik.
 Helaas, is dat niet het geval. Integendeel!  Het wordt steeds duidelijker dat we iets moeten doen.
De ambulance bellen?
Gijs waagt een poging, maar de stem aan de lijn heeft allerlei adviezen die geen hout snijden.
Inmiddels lijkt het best urgent te worden. De pijn wordt nu heel heftig.
We worden onrustig en zenuwachtig.
Uiteindelijk besluiten we dan maar zelf naar de dokterspost te rijden.
Daar zullen ze wel klaar staan en mij opvangen!
We moeten aanbellen want de deur is gesloten. Een medewerker komt aanlopen en opent de deur.
“Heeft u gebeld?”: Nee, dat hebben wij niet.
“Waar komt u voor?”
“Ik heb erge pijn in mijn rug”.
“Maar u heeft niet eerst gebeld en dat moet. U kunt hier niet zomaar, zonder vooraf te bellen, binnenlopen”.
“O, dat wisten we niet” zeg ik.
“Het protocol is dat u eerst belt. Gaat u daar maar zitten tot u aan de beurt bent. Mensen die gebeld hebben gaan wel voor”.
Als makke schaapjes gaan wij zitten en kunnen zien hoe het wel hoort.
Die mensen gedragen zich volgens de regels van het protocol en hebben dus vooraf gebeld. We kijken onze ogen uit!

Inmiddels  komt de desbetreffende man uit een kamertje.
Hij loopt naar ons toe. In zijn hand heeft hij twee rode kaarten, waarmee hij zwaaiend naar ons toe komt lopen.
Twee rode kaarten, voor ieder van ons één.
Hierop staan de regels van het protocol, zodat wij het nooit meer vergeten of verkeerd zullen doen. Alsof ik hier morgen weer wil zitten!
Wat er op die rode kaart staat hebben wij nooit gelezen. Die is bij het vuil terechtgekomen.
Ik heb nog altijd spijt dat ik hem voor zijn ogen niet heb verscheurd!
We zitten inmiddels al een uur te wachten!
De pijn golft nu door mij heen en is ondragelijk.
Vanuit mijn rug trekt het nu ook door mijn linkerarm naar mijn hand.
Ik kan niet meer zitten. De pijn probeer ik op te vangen door heen en weer te lopen.
Als ik de man weer zie, loop ik zo goed en kwaad als het gaat naar hem toe en zeg: “ik heb echt heel erge pijn hoor”.
“U heeft een wandelende nier “ zegt hij terloops en weg is hij. Ik heb het nakijken.
Ik weet niet waar ik het zoeken moet! Verbijsterd ben ik. Ten einde raad.
Is die man gek? Waar ziet hij mij voor aan?
Wanhopig blijf ik, krom van de pijn, heen en weer lopen.

Eindelijk, na nog een kwartier wachten wordt het ons vergund dat wij naar de dokter mogen.
De man loopt, met statige passen, voor ons uit naar de artsenkamer.
Hij levert ons voldaan af bij de spreekkamer.
Zijn “werk” zit erop!
De arts neemt de bloeddruk op. Luistert naar mijn hartslag.
Hij hoeft hij niet na lang na te denken. “U heeft een hartinfarct”, zegt hij.
Ik hoor het wel, maar de woorden komen van heel ver.
Hij geeft een tabletje voor onder mijn tong. Hij spuit wat vloeistof in mijn mond
Misschien bracht dat wat verlichting. 
Wat verder volgt gaat allemaal razendsnel.
Er wordt een brancard binnen gereden waar ik word opgelegd.
Ik ben nu ook gaan overgeven.
Als ik klaar lig voor vervoer met de ambulance komt de man nog even binnenlopen. “Het klopt niet” zegt hij aan mijn bed.
Een briljante opmerking!
Ik doe er het zwijgen toe. Te moe, te ziek en te verward om te kunnen zeggen dat ik daar zelf al veel eerder achter was.
Het tabletje werkt: ik lig voor pampus. Kan niets meer zeggen.

In de ambulance, op weg naar het ziekenhuis, voel ik mij wegglijden.
En het voelt goed: zo onuitsprekelijk goed, en vredig.
Ik wil meegaan. Erin wegzinken. Die volkomen goedheid en vredige stilte nooit meer loslaten.
Helaas, de ambulancebroeder denkt er anders over.
De hele rit blijft hij mij bestoken met vragen, waarop hij antwoord verwacht.
Het irriteert mij mateloos, terwijl ik wil roepen: laat mij toch gaan!
Laat mij met rust.
Maar ieder woord kost mij enorm veel inspanning en moet ik bevechten.
Tenslotte zijn wij bij het ziekenhuis aangekomen.
Gijs komt met de auto er achteraan wordt mij verteld. Hij kan er zo zijn.
Een team van artsen en verplegers staat klaar om mij te gaan dotteren.
Het lijkt alsof het allemaal in de verte gebeurd. Alsof mijn bril beslagen is.

Gijs is nu gelukkig ook binnen gekomen. Het dotteren kan beginnen.
Wat en hoe dit gebeurde? Alles wat ik er mij nog van herinner, zijn flarden.
Na het dotteren hoor ik dat er eerder al wat kleinere infarcten waren.
En dit klopt weet ik.

Nog steeds ben ik dankbaar hoe ik werd opgevangen. Verbaasd, dat een heel ziekenhuisteam mij opwachtte. Klaar voor mij stond.
En, hoe zorgzaam en attent zij hun werk deden.
Zo kan het dus ook!

vrijdag 1 maart 2013

Vindt ze dit misschien leuk?

Het is een uitgelezen zomerdag. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is precies zoals je het wenst.
Is er een mooier moment om met dochterlief Judith, en kleindochter laura naar het stadshart te lopen. Ik heb echt iets nieuws nodig!
De afstand naar de winkels  is net een mooie wandeling is.
Als we gezellig keuvelend door de winkelstraat lopen stop ik en stel voor: “Zullen we hier even binnen kijken?
Als we binnenstappen komt er meteen een mevrouw naar ons toe lopen.
Ze vraagt aan Judith: “kan ik u soms ergens mee helpen”?
Een beetje overrompeld kijken we elkaar aan, zoveel haast is er nu ook weer niet bij.
We kunnen best zelf eerst even rondkijken, maar dat is niet de bedoeling en staat blijkbaar niet in het protocol van deze winkel.
Judith kijkt mij afwachtend aan. 
“Misschien kunt u mij helpen” zeg ik en loop iets naar voren.
“Ik zoek iets voor een feestelijke gelegenheid”.
“Ja hoor. Ik denk wel dat wij wel iets voor haar hebben” zegt de verkoopster, glimlachend naar Judith.
“Loopt u maar even met mij mee! Welke maat heeft zij?”
Judith kijkt mij wanhopig vragend aan. Ik zie haar denken, tot ze zegt: “vraag het haar zelf!
Opgelucht haal ik adem. Gelukkig, nu zal ze wel begrijpen dat ik aanwezig ben.
Als illustratie ben ik vooruit naar het rek gelopen waar mijn maat hangt.
Ik ben niet helemaal van lotje getikt, mokt het in mij.
“O u heeft het al gevonden? Haar stem schalt verwonderd door de winkel, terwijl ze mij bemoedigend aankijkt!
Wat gebeurt hier vraag ik verwonderd af. Zie ik er werkelijk zo uit dat ik niet voor mezelf kan zorgen? Mijn woordje niet meer kan doen?
Ik voel vertwijfeling en onmacht, maar ook heel veel boosheid
Ik kijk naar de verkoopster, terwijl ik mij afvraag hoe het komt dat zij zich zo opstelt.
Benaderd zij alle oudere mensen zo, of alleen mij?  Hoe kijkt zij tegen het ouder worden aan?
Bij het kledingrek staat een spiegel. Bevreemd kijk ik naar mijn spiegelbeeld.
Wat is er met mij aan de hand dat ik ineens niet meer volwaardig blijk te zijn? Waardoor komt het dat over mijn hoofd heen alles geregeld moet worden?
De verkoopster praat ongedwongen, alsof ik niet besta, met Judith verder.
Ze heeft het over de crisis, over de service die ze zelfs nu gewoon blijven leveren.
Ik zie dat Judith zich inmiddels vertwijfeld afvraagt of er nog iets te redden valt aan de situatie?
Kleindochter Laura staat geduldig te wachten. Ze kijkt vragend en verwonderd van de één naar de ander.
Het liefst zou ik de verkoopster tot de orde roepen. Hoe doe je zoiets?
Ik ben totaal verbijsterd door de vanzelfsprekendheid waarmee zij te werk gaat, en zo geheel ter goeder trouw is, lijkt het.
Bovendien ben ik keurig en beleefd opgevoed!


Zij komt naar het kledingrek lopen. “U heeft maat 38?”
De verkoopster wendt zich, vol ongeloof, naar mij toe.
Ik trek een pakje, dat mij leuk lijkt, uit het rek. Waar is de paskamer?
O daar, ik zie het al. Dit alles in volkomen stilzwijgen.
Dochter en kleindochter lopen meelevend met mij mee.
Het leek ons zo gezellig om met zijn drieën te winkelen! Ik was zo blij dat ze meegingen om iets uit te zoeken.
De verkoopster loopt ook mee naar de paskamer.
Even later kom ik tevoorschijn in mijn nieuwe outfit. “Hoe staat dit?” Ik kijk naar Judith en Laura.
“Het staat je leuk, en je bent er heel slank in!” Ze zijn het helemaal eens met elkaar.
Zo, hier kan ik het even mee doen. Dit opkikkertje is meer dan welkom!
Wat voor bloesje staat er bij? 
Nog voor ik mijn vraag kan stellen komt de verkoopster al met een bloesje aanlopen.
“Zou ze dit misschien leuk vinden”? Ze kijkt vragend naar de anderen.
Ik hef mijn handen hulpeloos ten hemel, en doe er tenslotte, onwillig berustend, het zwijgen maar toe.
Het bloesje dat ze heeft gehaald vind ik helemaal niet mooi.
Het past van geen kant, en staat ook niet. En, al zou ik het mooi vinden dan zou ik het nog niet nemen!

“Willen jullie even iets uitzoeken?” Mijn vraag is gericht aan Judith en Laura. Zij kennen mijn smaak, weten feilloos wat ik mooi vind.
Ik wacht in de paskamer. Dom om niet gelijk een bloesje uit te zoeken! 
Zou er toch iets met mij loos zijn? Ik kan toch ook, evenals ieder ander, dement worden?
Als ze met twee bloesje aan komen lopen, ben ik blij verrast, helemaal in de roos!
De verkoopster valt stil bij zoveel eigen inbreng. Tot grote opluchting van ons drieën.
As ik de bloesjes heb gepast, maak ik mijn keuze.
Ondanks de perikelen erom heen ben ik heel goed geslaagd. Op naar het feest!
Even later pin ik de betaling. Judith en Laura wachten al bij de uitgang.
De verkoopster loopt mee.
Bij de deur zegt ze tegen Judith en Laura:“fijn hé, dat ze is geslaagd!”

Buiten gekomen ontplof ik bijna!
Ik ben mij aan het beraden hoe ik dit een volgende keer kan oplossen.
Zo wil ik niet meer benaderd worden. Zo kun je niemand benaderen!

woensdag 20 februari 2013

Niemand begrijpt mij


Nu ik dit boven mijn eerste blog zet, komen meteen mijn eigen vragen aangerend.
Want wat bedoel ik met begrijpen? Wat wil ik, een ander begrijpen of begrepen worden? En, begrijp ik mezelf wel?

Jaren geleden ging ik regelmatig een oude dame bezoeken in een zorgcentrum.
Ze had een schare kinderen, de meeste van hen kwamen regelmatig op bezoek.
Omwonenden keken soms met jaloerse blikken als één van die kinderen weer door de lange gang liep.
Op een middag toen ik haar bezocht kwam de jongste dochter even een kijkje bij haar moeder nemen.
Ze schoof een stoel bij en ging, gezellig pratend, naast haar moeder zitten.
Haar moeder viel een beetje stil tijdens het gepraat en keek van mij naar haar dochter, met een blik van: nou het zal allemaal wel.
Toen het gesprek even stokte ging ze verzitten en zei, zonder enige aanleiding: “niemand begrijpt mij”.
De dochter  keek verwonderd, slikte en zei even later: “ik begrijp u pas als ik zelf oud ben”.
Alsof er niets gezegd was kabbelde het gesprek verder over koetjes en kalfjes.
Toch was er iets veranderd. Ik voelde een oude eenzaamheid en machteloosheid, hetzelfde gevoel dat ik vaak had toen mijn eigen moeder oud was.
Ik keek naar de kleine vrouw in de grote stoel, naar haar vriendelijk gezichtje dat iedere keer smaller keek en naar haren die al maar grijzer werden.
En ik vroeg mezelf af: “begrijp ik haar?”
Ik wist hoe flink en hoe ondernemend zij in vroeger jaren was, hoe sterk zij was geweest toen zij er alleen voor stond omdat haar man op jonge leeftijd stierf.
Kon ik, kon haar dochter begrijpen wat haar  bezig hield?
Later, toen ik weer thuis was, bleef die ene opmerking van haar door mijn hoofd drenzen, met mijn eigen vraag: begrijp ik haar?
                                                                                                                                           

De tijd verstreek, die opmerking reisde met mij mee de jaren door.
De oude dame is sinds jaren overleden.
We zijn 25 jaar verder en ik hoor nu zelf bij de senioren, mijn grijze haren heb ik tot nu toe een kleurtje gegeven maar dat verhult niet dat de jaren gaan tellen.

Nog heel dikwijls denk ik terug aan die oude dame, zij was een vriendin van mijn moeder, zij  heeft een grote invloed op mijn leven gehad.
De laatste jaren van haar leven zakte zij steeds meer weg in een isolement van diepe eenzaamheid.
De pogingen, vooral van haar jongste dochter haar moeder bij het leven betrokken te houden, richtten niets uit, tenslotte verliet zij leven door niet meer te ontwaken uit haar slaap.

Ik bezocht haar tot aan het einde van haar leven.
Zij sprak heel weinig, soms even kwam er een lichte glimlach om haar mond bij mijn binnenkomst, daarna draaide zij haar hoofd naar het grote raam en tuurde naar buiten.
Ik ging naast haar zitten en keek met haar mee naar buiten.

Een maand geleden liep ik onverwacht haar jongste dochter in het stadscentrum tegen het lijf.
Ze verhuisde jaren geleden naar het noorden van het land.
Verheugd dat we elkaar zagen besloten wij samen wat te gaan drinken, “kunnen we even wat bijpraten” stelde ze voor.
Vanzelfsprekend kwam vroeger te sprake, onze jeugdjaren, onze ouders en de families.
Opeens vroeg zij: ”weet jij nog van die keer dat wij samen op bezoek waren bij mijn moeder, dat mama tegen mij zei dat niemand haar begreep?”
Ik knikte, dat wist ik zeker nog.
“Ik denk er nog best vaak aan terug” ging ze verder,  “en vraag mij dan af waarom ik  er  niet over heb doorgepraat, of  verder naar vroeg.
Achteraf denk ik, dat haar openheid en kwetsbaarheid mij onzeker maakten en overrompelde, het was heel ongewoon en nieuw  dat mijn moeder iets losliet over haar gevoel.
Het blijft voelen als een gemiste kans, alsof ik haar in de kou liet staan”.
Zij keek mij hulpeloos en verdrietig aan.
“Het blijft voelen als een gemiste kans”.
“Ik weet het ook nog, als de dag van gisteren” antwoordde ik. “ het overviel mij ook”.
Of je het anders had moeten doen en of dat beter zou zijn geweest weet ik niet.
Vaak hebben dingen hun eigen loop en gaan ze zoals ze gaan”.
Ik zag haar weer slikken zoals toen en zei: ”wat ik wel weet is dat je moeder je toewijding en zorg begrepen heeft,  dat heeft ze meer dan eens gezegd.”
Haar gezicht klaarde op. Zij keek mij blij aan en zei: “dit zijn precies de woorden die ik nodig heb”.

Veel later namen we afscheid: bijgepraat en blij omdat we elkaar zomaar weer tegenkwamen.
Ik loop nu rond met een onverwachte afspraak in mijn agenda. Volgende maand ga ik naar Groningen om haar te bezoeken. Leuk!
Real Time Web Analytics